De capibara (Hydrochoerus hydrochaeris) is een semi-aquatisch knaagdier uit Zuid-Amerika en geldt als het grootste knaagdier ter wereld. Volwassen dieren wegen doorgaans tussen de ongeveer 35 en 66 kg (ongeveer 77–145 lb), met een lichaamslengte van zo'n 1 tot 1,3 meter en een schouderhoogte rond de 50–60 cm. Vrouwtjes zijn vaak iets groter en zwaarder dan mannetjes. De vacht is meestal bruin tot roodbruin; bij oudere dieren kan de vacht dunner worden en is de huid gevoeliger voor zonverbranding. Ogen, oren en neusgaten zitten hoog op de kop, zodat de capibara gemakkelijk met alleen het bovenste deel van het hoofd boven water kan blijven wanneer hij zwemt.

Uiterlijke kenmerken en aanpassingen

Capibara's hebben een gedrongen, stevig lichaam met korte poten en gedeeltelijk zwemvliezen tussen de tenen van de achterpoten, wat hen goede zwemmers maakt. Hun tanden blijven levenslang groeien, zoals bij alle knaagdieren. Ze hebben een soort geursklier (het morrillo) op de neus bij mannetjes die een rol speelt bij sociale communicatie en het afbakenen van territorium.

Gedrag en sociale structuur

Capibara's zijn sociale dieren die in groepen leven. Groepsgrootte varieert; in vruchtbare gebieden kunnen groepen bestaan uit enkele koppels en jongen (10–20 dieren), maar er zijn ook samenkomsten van tientallen tot soms meer dan honderd individuen, afhankelijk van voedsel- en wateraanbod. Binnen de groep is er meestal een dominant mannetje dat territorium en toegang tot vrouwtjes regelt. Capibara's communiceren met verschillende geluiden (blafjes, gejank, gespin), lichaamstaal en geuroverdracht.

Voeding

Capibara's zijn herbivoren: ze grazen op gras en eten waterplantengroei, kruiden en soms de bast van bomen. Omdat hun dieet veel cellulose bevat, gebruiken ze coprofagie (het eten van hun eigen keutels) om voedingsstoffen beter te kunnen opnemen; dit is vergelijkbaar met het gedrag van andere herbivore knaagdieren.

Voortplanting en levenscyclus

Capibara's planten zich het hele jaar door voort, met pieken afhankelijk van regenseizoen en voedselbeschikbaarheid. De draagtijd is ongeveer 140–150 dagen. Een worp telt meestal 2–8 jongen, vaak rond de 4. De jongen zijn bij de geboorte vrij ontwikkeld (precocial): ze hebben al een vacht, kunnen lopen en beginnen binnen enkele dagen met grazen. Moeders zorgen voor de jongen, maar in groepen komt ook verzorging door andere vrouwtjes voor.

Verspreiding en habitat

Capibara's komen voor in bijna heel Zuid-Amerika en in delen van Midden-Amerika (bijvoorbeeld in Panama). Ze leven vooral in gebieden met permanent of seizoensgebonden water: moerassen, rivieroevers, lagunes, overstromingsvlakten en mangroves. Water is belangrijk voor bescherming tegen roofdieren, rust en voortplanting.

Predatoren en bedreigingen

Natuurlijke roofdieren zijn onder andere jaguars, puma's, anaconda's, caimans en roofvogels die jonge capibara's aanvallen. Mensen jagen capibara's lokaal voor vlees en vellen, en habitatverlies door ontbossing en verandering van wetlands vormt eveneens een bedreiging. Ondanks dat hebben capibara's een brede verspreiding en grote populaties; de soort wordt over het algemeen als niet direct bedreigd beschouwd (IUCN: Least Concern), maar lokale populaties kunnen onder druk staan.

Relatie met mensen en interessante feiten

  • De naam "capibara" is afgeleid van inheemse talen en wordt soms ook gespeld als capybara of carpincho in andere gebieden.
  • Capibara's zijn nauw verwant aan cavia's en chinchilla's. Ze delen gemeenschappelijke kenmerken met deze kleinere knaagdieren, zoals voortgebrachte tanden en herbivore spijsvertering.
  • In sommige regio's worden capibara's geacclimatiseerd aan menselijke aanwezigheid en kunnen ze tam overkomen; desalniettemin blijven het wilde dieren die het beste in hun natuurlijke omgeving gedijen.
  • Levensduur: in het wild meestal rond de 8–10 jaar; in gevangenschap soms iets langer.

Samengevat is de capibara een opvallend en goed aangepaste reus onder de knaagdieren: semi-aquatisch, sociaal en met speciale gedrags- en lichamelijke aanpassingen die hem een belangrijke rol geven in waterrijke ecosystemen van Zuid-Amerika.