De Codex van Hammurabi was een wetboek van Babylonië, geschreven rond 1700 v. Chr.

Het werd op een stele (een groot stenen monument) geschreven, en op een openbare plaats gezet waar iedereen het kon zien. De stele werd later door de Elamieten veroverd en meegenomen naar hun hoofdstad Susa. Daar werd hij in 1901 teruggevonden, en hij bevindt zich nu in het Louvre Museum in Parijs.

De code van Hammurabi telde 282 wetten, geschreven door schriftgeleerden op 12 tafelen. In tegenstelling tot eerdere wetten werd het geschreven in het Akkadisch, de dagelijkse taal van Babylonië.

De Codex van Hammurabi is de langst overgeleverde tekst uit de oud-Babylonische periode. De code is een vroeg voorbeeld van een wet die een regering regelt: een soort primitieve grondwet. De code is ook een van de vroegste voorbeelden van het "vermoedenvan onschuld" (onschuldig tot het tegendeel is bewezen). Het suggereert dat zowel de beschuldigde als de aanklager de mogelijkheid hebben om bewijs te leveren.