Het Concentrische zonemodel, oftewel Burgess-model, is een model om uit te leggen hoe een nederzetting, zoals een stad, zal groeien. Het is ontwikkeld door Ernest W. Burgess tussen 1925 en 1929. Burgess keek naar de groei van Chicago aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw. Veel mensen verhuisden in die tijd naar Chicago.
Het model was het eerste dat uitlegde waarom bepaalde groepen mensen in bepaalde gebieden van de stad woonden. Burgess zei dat er cirkels waren rond het centrum van de stad. De cirkel een stuk land was in bepaald hoe het werd gebruikt. Burgess zag verschillende zones, beginnend bij het centrum:
- Het Central Business District - het centrum van de stad
- Een zone van gemengd gebruik met zowel commerciële als residentiële gebouwen.
- Laagwaardige woningen; deze werden later binnenwijken genoemd - woningen zijn goedkoop, de levensstandaard is laag.
- Hogere klasse woongebied; later buitenwijken genoemd. Betere levenskwaliteit, duurder om er te wonen.
- Pendelzone
Burgess zag dat rijkere mensen de neiging hadden om verder weg van het stadscentrum te wonen. Als de stad groeide, groeide het centrum van de stad; de ringen verschoven ook naar buiten.
Het model heeft ook enkele problemen, bijvoorbeeld:

