De lamp van Döbereiner is een van de eerste aanstekers. Hij werd in 1823 ontwikkeld door de Duitse chemicus Johann Wolfgang Döbereiner. De aansteker werd geproduceerd tot ongeveer 1880. In het kasteel van Heidelberg en ook in het Deutsches Museum (Duits Museum) zijn nog steeds originele Döbereiner lampen te zien.
De aansteker werkt op basis van een chemische reactie tussen waterstof en zuurstof. In de glazen cilinder (a op de foto rechts) zit zwavelzuur. In de open fles (b) zit zink en aan de bovenkant zit een ventiel. Met de hendel (f) wordt de fles geopend. Vervolgens stroomt het zwavelzuur in de fles. Wanneer het zink bereikt wordt, begint een reactie. Het produceert waterstof.
Z n + H 2 S O 4 ⟶ Z n 2 + + S O 4 2 - + H 2 ↑ {\\mathrm {Zn+H_{2}SO_{4} \longrightarrow Zn^{2+}+SO_{4}^{2-}+H_{2}uparrow } }
De waterstof kan bovenaan uit de fles gaan. Naast het ventiel is er platina. Het waterstofgas moet het platina omzeilen. De waterstof en de zuurstof uit de lucht reageren door het katalytische effect van platina. Het gasmengsel (oxyhydrogeen genoemd) verbrandt dan, omdat de reactie exotherm is en water produceert.
2 H 2 + O 2 ⟶ 2 H 2 O. }
Om deze reactie te stoppen hoeft de fles alleen maar te worden gesloten, dat betekent dat de hendel moet worden losgelaten. De waterstof kan niet meer uit de fles en duwt het zwavelzuur terug in de glazen fles.


