Een gas is een van de vier meest voorkomende toestanden van de materie. In een gas bewegen de moleculen vrij en zijn ze onafhankelijk van elkaar. Dit maakt het anders dan een vloeistof waar de moleculen losjes aan vastzitten. Het is ook anders dan een vaste stof waar de bindingen sterk zijn en de moleculen bij elkaar houden.

In een zuiver gas kan elk molecuul uit een individueel atoom bestaan. Het kan elementair zijn, waarbij elk molecuul is gemaakt van meer dan een zelfde atoom dat aan elkaar is gebonden. Het kunnen verbindingen zijn waarbij de moleculen uit vele soorten atomen samen zijn gemaakt. Een voorbeeld van een monoatomair gas is neon, een voorbeeld van een elementair gas is waterstof en een voorbeeld van een samengesteld gas is koolstofdioxide.

Een gasmengsel bevat een mengsel van een van de bovengenoemde soorten, bijvoorbeeld lucht die voor 78% uit stikstof, 20% uit zuurstof en 2% uit argon en kooldioxide bestaat.

Giftige gassen werden in de Eerste Wereldoorlog gebruikt als chemische wapens, maar werden later verboden. Aardgas is een natuurlijk mengsel van methaan en andere gassen.