Draize-test: oog- en huidproef, ethiek, methode en alternatieven
Draize-test: werking, ethische controverse en moderne alternatieven voor oog- en huidproeven; lees over methoden, regelgeving en diervriendelijke testopties.
De Draize-test is een klassieke dierproef die is ontwikkeld om na te gaan of een stof giftig is voor huid of oog. John H. Draize en Jacob M. Spines voerden deze methode voor het eerst uit in 1944. Aanvankelijk werd de test veel toegepast voor het onderzoeken van cosmetica, maar later ook voor chemische stoffen, farmaca en andere producten.
Doel en werkwijze
Bij de Draize-test wordt de te onderzoeken stof gedurende een bepaalde tijd rechtstreeks op de huid of in het oog van een dier aangebracht. Meestal werden hiervoor kleine dieren gebruikt, vooral konijnen, omdat hun ogen relatief groot en gemakkelijk te onderzoeken zijn. Over het algemeen geldt het volgende verloop:
- De stof wordt in een vaste dosis (bij oogtesten meestal een kleine druppel in de conjunctivale zak) aangebracht; het andere oog dient vaak als controle.
- Na blootstelling wordt de stof gewassen of verwijderd volgens het protocol en worden de dieren periodiek geobserveerd, bijvoorbeeld na 24, 48 en 72 uur en daarna totdat herstel of blijvende schade is vastgesteld (in de praktijk tot ongeveer 14 dagen of langer bij ernstige effecten).
- Wanneer de test onomkeerbare of ernstig pijnlijke schade veroorzaakt, worden dieren na afloop vaak gedood (euthanasie). Dieren die geen blijvende schade hebben en waarvan herstel is vastgesteld, kunnen onder strikte voorwaarden opnieuw worden gebruikt.
Beoordeling en scores
Effecten worden visueel geregistreerd en gescoord op verschillende parameters, zoals cornea-opaciteit, irisschade en conjunctivale roodheid en zwelling. Deze scores worden gecombineerd om een inschatting te maken of een stof irriterend of corrosief is voor het oog of de huid. Het scoresysteem is grotendeels subjectief en vereist getrainde waarnemers.
Ethiek en kritiek
De Draize-test is sterk controversieel. Kritiekpunten zijn onder meer:
- Het veroorzaken van pijn en mogelijk onomkeerbare schade bij levende dieren.
- Inter-species verschillen: konijnenogen en menselijke ogen verschillen anatomisch en fysiologisch, waardoor resultaten niet altijd goed naar mensen te vertalen zijn.
- Het subjectieve karakter van visuele beoordelingen en de variatie tussen waarnemers, wat de reproduceerbaarheid en wetenschappelijke nauwkeurigheid kan verminderen.
Als reactie op deze bezwaren zijn er ethische richtlijnen en de principes van de 3R-benadering ingevoerd: Replacement (vervanging van dierproeven), Reduction (vermindering van het aantal dieren) en Refinement (verfijning van procedures om lijden te beperken). In sommige onderzoekssituaties worden verdovingsmiddelen of lagere doses gebruikt om het dierenleed te verminderen. Daarnaast worden chemicaliën die al in in vitro testen als schadelijk zijn aangemerkt, doorgaans niet meer op dieren getest, waardoor aantal en ernst van dierproeven afnemen.
Regelgeving en praktijk
Regelgevende instanties zoals de FDA hebben lange tijd aangegeven dat er geen enkele alternatieve test is die de Draize-test volledig vervangt voor alle toepassingen. Dat heeft er historisch toe geleid dat sommige vormen van de Draize-procedure bleven bestaan binnen veiligheidsbeoordelingen (zie bijvoorbeeld OECD-richtlijnen zoals TG 405 voor oogirritatie en TG 404 voor huidirritatie). Tegelijkertijd zijn in veel regio's, en zeker binnen de EU, wet- en regelgeving aangescherpt: het testen van cosmetica op dieren en het op de markt brengen van op dieren geteste cosmetische ingrediënten is in de EU sinds enkele jaren verboden, wat het gebruik van Draize voor cosmetica sterk heeft doen afnemen.
Alternatieven voor de Draize-test
De afgelopen decennia zijn verschillende alternatieve methoden ontwikkeld die de Draize-test kunnen vervangen of verminderen. Belangrijke voorbeelden zijn:
- In vitro gereconstrueerde weefsels zoals gereconstrueerde menselijke cornea-achtige epitheelmodellen (bijv. EpiOcular en andere RhCE-modellen) — sommige zijn opgenomen in internationale richtlijnen (bijv. OECD TG 492) en worden gebruikt voor oogirritatieonderzoek.
- BCOP (Bovine Corneal Opacity and Permeability) — een ex vivo test met rundercornea’s, opgenomen in OECD TG 437, geschikt om sterk bijtende stoffen te identificeren.
- ICE (Isolated Chicken Eye) — een ex vivo test met kippenogen, terug te vinden in OECD TG 438, eveneens gebruikt om corrosieve effecten uit te sluiten.
- HET-CAM (Hen’s Egg Test on the Chorioallantoic Membrane) — een alternatieve methode die embryo’s van kippen gebruikt; wordt vaak gebruikt in vroege screening, maar is niet altijd volledig gevalideerd voor alle classificatiebehoeften.
- In vitro huidmodellen (bijv. gereconstrueerd menselijke epidermis zoals EpiDerm, SkinEthic) en andere cellulaire assays voor huidirritatie en corrosie — meerdere van deze methoden zijn opgenomen in OECD TG 431 en TG 439.
Door combinaties van deze alternatieve testen (batterijen van in vitro- en ex vivo-methoden) kan voor veel stoffen betrouwbare veiligheidsinformatie worden verkregen zonder dierproeven, of kan het aantal benodigde dierproeven sterk worden teruggebracht.
Huidige trend
Samenvattend is de Draize-test historisch belangrijk geweest voor veiligheidsbeoordelingen, maar vanwege ethische bezwaren, wetenschappelijke beperkingen en de komst van gevalideerde alternatieven wordt het gebruik steeds meer teruggedrongen. Wetgevers, industrie en onderzoekers blijven samenwerken om dierproeven verder te verminderen en waar mogelijk volledig te vervangen door valide, reproduceerbare en mensrelevante alternatieve methoden.
Vragen en antwoorden
V: Wat is de Draize-test?
A: De Draize-test is een test om te bepalen of een stof giftig is. Daarbij wordt de stof op de huid of het oog van een dier aangebracht en worden de eventuele effecten na een bepaalde tijd geregistreerd.
V: Wie heeft de Draize-test ontwikkeld?
A: John H. Draize en Jacob M. Spines gebruikten de test voor het eerst in 1944.
V: Welke dieren worden doorgaans gebruikt voor dit soort tests?
A: Voor dit soort tests worden vaak kleine dieren gebruikt, zoals konijnen.
V: Hoe lang moeten dieren worden geobserveerd na een Draize-test?
A: Dieren worden doorgaans tot 14 dagen na een Draize-test geobserveerd.
V: Zijn er alternatieven voor het gebruik van dieren in deze tests?
A: Ja, er zijn alternatieve tests die de Draize-test voor veel toepassingen kunnen vervangen, zoals het gebruik van kippeneieren of Spaanse slakken in plaats van dieren.
V: Kan een dier opnieuw worden gebruikt voor dit soort tests?
A: Ja, als het geteste product geen permanente schade veroorzaakt, kan een dier opnieuw worden gebruikt na een uitwasperiode waarin alle sporen van het geteste product zijn verdwenen van de plaats waar het is aangebracht.
V: Waarom is het gebruik van dit soort tests de laatste jaren afgenomen?
A: Het gebruik van dit soort tests is afgenomen vanwege de controversiële aard ervan en omdat het wordt gezien als wreed en onwetenschappelijk vanwege de verschillen tussen konijnenogen en mensenogen, en vanwege de subjectieve visuele beoordelingen die moeten worden gemaakt bij het uitvoeren van deze tests.
Zoek in de encyclopedie