In de wiskunde zijn twee objecten gelijk als en slechts als ze in alle relevante opzichten hetzelfde zijn: ze hebben dezelfde (wiskundige) waarde en dezelfde wiskundige eigenschappen. Wiskundigen gebruiken het gelijkheidsteken (=) om dit aan te geven. Dit definieert een binaire relatie, de gelijkheid. De uitspraak x = y betekent dat x en y hetzelfde object of dezelfde waarde aanduiden.
Equivalentie en notaties
In ruimere contexten spreekt men vaak van gelijkwaardigheid via een equivalentierelatie: twee wiskundige objecten zijn dan equivalent als zij door die relatie aan elkaar gerelateerd zijn. Zulke relaties worden vaak aangeduid met symbolen als of
. Deze notaties worden in verschillende deelgebieden en contexten verschillend gebruikt: bijvoorbeeld wordt ≡ vaak gebruikt voor definities of congruentie modulo n, en ∼ voor meer algemene equivalentierelaties.
Vergelijkingen, gelijkheden en ongelijkheden
Een verklaring dat twee uitdrukkingen dezelfde hoeveelheid aanduiden heet een vergelijking of gelijkheid. Voorbeelden: 2 + 2 = 4, of de vergelijking tussen functies f(x) = g(x) voor alle x. Ongelijkheden (zoals <, >, ≤, ≥) geven aan dat twee objecten niet gelijk zijn in de zin van exacte gelijkheid maar een orde-relatie hebben.
Belangrijke eigenschappen van gelijkheid
- Reflexiviteit: elk object is gelijk aan zichzelf, x = x.
- Symmetrie: als x = y, dan y = x.
- Transitief: gelijkheid is een transitieve relatie: als x = y en y = z, dan x = z.
- Substitutie (Leibniz' wet): als x = y, dan mag elke eigenschap of uitdrukking die op x van toepassing is, vervangen worden door y. Met andere woorden: alles wat waar is over de ene moet waar zijn over de andere.
- Extensionaliteit (voor verzamelingen): twee verzamelingen zijn gelijk als ze precies dezelfde elementen bevatten.
Equivalentieklassen en quotiënten
Een equivalentierelatie verdeelt een verzameling in equivalentieklassen (of quotiënten): elk element behoort tot precies één klasse van onderling equivalente elementen. Het construct van quotiëntverzamelingen is in veel takken van de wiskunde belangrijk (bijv. bij het definiëren van rationele getallen, groepen modulo n, of ruimten van functies tot gelijkheid bijna overal).
Meetkunde: congruentie en gelijkvormigheid
In de meetkunde gebruikt men vaak het woord congruentie voor een sterke vorm van gelijkheid van figuren. Getallen zijn gelijk wanneer hun waarden overeenkomen; geometrische objecten zijn congruent als de ene door verplaatsing, rotatie en eventueel spiegeling precies op de andere past. Als een figuur eerst vergroot of verkleind moet worden om te passen, zijn de figuren niet congruent maar gelijkvormig (similar). Twee vormen zijn congruent als de ene zó kan worden verplaatst of gedraaid dat hij precies samenvalt met de andere. De congruentierelatie wordt vaak weergegeven met het symbool terwijl de gelijkenisrelatie vaak met
. Bijvoorbeeld, in de getaltheorie schrijft men vaak a ≡ b (mod n) om congruentie modulo n aan te geven.
Informatica: referentiële en structurele gelijkheid
In de informatica worden verschillende vormen van gelijkheid gebruikt. Vaak wordt de wiskundige definitie gevolgd, maar programmeertalen maken onderscheid tussen:
- Referentiële gelijkheid: twee variabelen verwijzen naar precies hetzelfde object (in veel talen aangeduid met == of door een identity-operator).
- Structurele of waarde-gelijkheid: de inhoud of waarden van twee objecten zijn gelijk, ook als het verschillende instanties zijn. Veel talen bieden hiervoor een aparte methode of operator (in Java bijvoorbeeld heet deze methode equals of in het Nederlands soms aangeduid als gelijken).
Bovendien gebruiken programmeertalen verschillende symbolen voor vergelijking en toewijzing: bijvoorbeeld == voor vergelijking en = of := voor toewijzing (het toekennen van een waarde aan een variabele). In talen met pointers of referenties kan a == b onwaar zijn, ook al lijken de objecten dezelfde gegevens te bevatten, wanneer ze naar verschillende geheugenlocaties wijzen.
Gelijkheid in de sociale wetenschappen
In de sociale wetenschappen wordt het begrip 'gelijkheid' minder strikt mathematisch geïnterpreteerd: mensen worden als gelijken beschouwd wanneer veel dezelfde kenmerken of omstandigheden op hen van toepassing zijn, zoals vergelijkbare opleiding, inkomen of leeftijd. Een persoon die gelijk is aan een andere wordt ook wel een gelijke genoemd.
Samenvatting en aandachtspunten
- Gelijkheid is een precieze relationele uitspraak: in wiskunde betekent het echte identiteit of volledige gelijkwaardigheid in de bedoelde context.
- Notaties zijn contextafhankelijk: =, ≡, ∼, ≅ en programmeeroperatoren zoals == hebben elk hun eigen gebruik en betekenis.
- Gelijkheid heeft fundamentele eigenschappen (reflexief, symmetrisch, transitief) en de belangrijke substitutie-eigenschap die rekenen en redeneren mogelijk maakt.
- Let in toegepaste contexten (meetkunde, informatica, sociale wetenschappen) op het verschil tussen strikt mathematische gelijkheid en zwakkere vormen van gelijkheid of gelijkwaardigheid.