Een exocriene klier scheidt zijn product uit via een kanaal. Het kanaal gaat naar een omgeving buiten de klier, hetzij in het lichaam, hetzij naar de oppervlakte van het lichaam. Exocriene klieren leveren dus stoffen naar een lichaamsoppervlak of een holte, bijvoorbeeld speeksel in de mond of spijsverteringsenzymen in de dunne darm.
Een endocriene klier is zijn tegenhanger. Hij scheidt zijn essentiële product rechtstreeks in de bloedbaan af of anders door diffusie in het omringende weefsel. Het product werkt vaak in op cellen in de buurt van de plaats waar het vrijkomt. Endocriene klieren geven hormonen af die via het bloed op afstand werken, terwijl exocriene klieren lokaal via kanalen of openingen hun afscheidingen afgeven.
Werking en typen afscheiding
Exocriene klieren scheiden diverse stoffen uit, zoals enzymen, slijm, zweet, talg en gal. Er zijn drie klassieke manieren waarop kliercellen hun afscheiding kunnen vrijgeven:
- Merocriene secretie: de cel scheidt vesikels met producten af door exocytose zonder noemenswaardige celschade (bijv. speekselklieren, pancreas acinaire cellen).
- Apocriene secretie: een deel van het cytoplasma wordt afgesnoerd en afgescheiden samen met het product (bijv. sommige zweetklieren in de oksel en de borstklieren tijdens melkproductie).
- Holocriene secretie: de cel zelf desintegreert en vormt zo het afscheidingsproduct (bijv. talgklieren / sebaceous glands).
Structurele classificatie
Exocriene klieren zijn ook in vorm en kanaalopbouw te onderscheiden:
- Simpele vs. samengestelde klieren: simpele klieren hebben één niet vertakt afvoerbuis, samengestelde klieren hebben vertakte ducten.
- Tubulair, alveolair (acinuar) of tubulo-alveolair: naar de vorm van de secretorische eenheid (buizig, trosvormig of een combinatie).
Voorbeelden van exocriene organen en klieren
- Alvleesklier (pancreas) — exocriene deel: acinaire cellen produceren spijsverteringsenzymen die via de ductus pancreaticus in het duodenum worden afgegeven.
- Lever: produceert gal die via galgangen naar de dunne darm stroomt (exocriene functie naast endocriene functies van de levercellen).
- Speekselklieren (parotis, submandibularis, sublingualis): produceren speeksel dat via kanalen in de mond terechtkomt voor bevochtiging en begin van de vertering.
- Zweetklieren (eccrine en apocrine): reguleren temperatuur en uitscheiding; eccrine klieren scheiden doorheen exocytose, apocrine klieren in bepaalde lichaamsregio's hebben een andere afscheidingswijze.
- Talgklieren: holocrien uitgescheiden talg houdt de huid en haren soepel en vormt een barrière tegen micro-organismen.
- Borstklieren (mammary glands): productie van melk die via een kanaal naar de tepel wordt geleid (apocriene/merocriene mechanismen betrokken bij melkafgifte).
- Maagklieren (gastrische klieren): produceren onder andere zoutzuur en pepsinogeen, rechtstreeks in het maaglumina.
- Traan- of lacrimale klieren: produceren traanvocht dat het oog beschermt en bevochtigt.
- Prostaatklier: scheidt vocht en enzymen die deel uitmaken van het sperma.
- Darmklieren (crypten van Lieberkühn, Brunner-klieren): produceren slijm en verteringsenzymen/neutraliserende stoffen in het spijsverteringskanaal.
- Cerumineuze klieren: in de gehoorgang; produceren oorsmeer (cerumen) dat vuil en microben opvangt.
Klinische relevantie
Stoornissen van exocriene klieren kunnen veel problemen veroorzaken:
- Cystic fibrosis (taaislijmziekte): genetische aandoening die exocriene secreties stroperig maakt; vooral pancreas en luchtwegen zijn aangetast. Diagnose kan onder meer via de zweettest (verhoogd chloride) worden gesteld.
- Pancreatitis: ontsteking van de alvleesklier door vroegtijdige activering van spijsverteringsenzymen.
- Obstructie van ducten: kan leiden tot pijn, ontsteking of cystevorming (bijv. galwegobstructie, verstopping van speekselklierkanalen).
- Infecties en ontstekingen: sialadenitis (speekselklierontsteking), hidradenitis suppurativa (aantasting van apocriene zweetklieren) en acne (verstopping van talgklieren).
- Tumoren: zowel goedaardige als kwaadaardige tumoren kunnen ontstaan in exocriene klieren (bijv. pancreas-ductaal adenocarcinoom, kliercysten).
Diagnose en behandeling
Onderzoek van exocriene functies kan bestaan uit bloed- en stoelgangtesten (enzymwaarden), beeldvorming (ultrasound, CT, ERCP voor gal- en pancreaskanalen), en functionele testen (zweettest bij CF). Behandeling varieert met de oorzaak: ontstekingen en infecties met medicijnen, obstructies soms met endoscopie of chirurgie, bij onvoldoende exocriene pancreasfunctie kan vervangende enzymtherapie nodig zijn.
Samengevat: exocriene klieren geven hun producten via kanalen of openingen af en vervullen essentiële lokale functies in spijsvertering, huidbescherming, temperatuurregeling en secreetproductie. Hun stoornissen hebben vaak directe, behandelbare gevolgen voor de gezondheid.