Ferdinand is de verste retrograde niet-bolvormige maan van Uranus. Hij werd gevonden door Matthew J. Holman, John J. Kavelaars, Dan Milisavljevic, en Brett J. Gladman op 13 augustus 2001 en kreeg de naam S/2001 U 2. Deze aanduiding was aanvankelijk voorlopig; later kreeg de maan de officiële nummering Uranus XXIV en de naam Ferdinand.

Ferdinand heeft een onregelmatige, retrograde baan ver buiten de grote, regelmatige manen van Uranus. Dat wil zeggen dat hij in een baan draait die ver van de planeet ligt, met een hoge inclinatie ten opzichte van Uranus' equator en in de tegengestelde richting van de draaiing van de planeet. Hierdoor wordt Ferdinand, net als andere onregelmatige manen, beschouwd als waarschijnlijk gevangen materiaal dat uit de buitenste delen van het zonnestelsel afkomstig is, in plaats van dat het gelijktijdig met Uranus gevormd is. Fysiek is de maan klein en niet-sferisch: observaties wijzen op een object met een diameter van waarschijnlijk slechts enkele kilometers en een zwakke zichtbare helderheid, waardoor hij moeilijk te detecteren is met telescopen.

Ontdekking, verlies en herkrijging

Ondanks het feit dat hij opnieuw werd gezien op 21 september en 15 november en zelfs een jaar later op 13 augustus en 5 september 2002, ging hij uiteindelijk verloren: door beperkte waarnemingen en de lange, excentrische baan raakten zijn exacte baanparameters onvoldoende bevestigd om hem betrouwbaar terug te vinden. Hij werd uiteindelijk teruggevonden op 24 september 2003 door Scott S. Sheppard op beelden genomen door David C. Jewitt en hemzelf op 29-30 augustus en 20 september van dat jaar. Bevestigende waarnemingen werden gedaan door Holman op 30 september. Dit illustreert hoe lastig het kan zijn om kleine, verre onregelmatige manen te volgen en nauwkeurige banen te bepalen zonder voldoende follow-upwaarnemingen.

Naamgeving en culturele verwijzing

Hij werd Uranus XXIV genoemd, naar de zoon van de koning van Napels in het toneelstuk The Tempest van William Shakespeare. Zoals bij veel manen van Uranus is de naam ontleend aan een personage uit de werken van Shakespeare (of soms uit Alexander Pope), wat past bij de traditie bij de naamgeving van Uranus' satellieten.

Observatie en belang

Vanwege zijn geringe omvang en grote afstand levert Ferdinand belangrijke, maar moeilijke waarnemingskansen voor astronomen die de populatie, oorsprong en dynamica van onregelmatige manen willen bestuderen. Door het verzamelen van meer nauwkeurige posities (astrometrie) kunnen onderzoekers zijn baan beter bepalen, de stabiliteit van dergelijke verre retrograde banen onderzoeken en zo inzicht krijgen in de geschiedenis van het buitenste zonnestelsel en mogelijke vangst- of verstrooiingsprocessen rond reuzenplaneten.

Opmerkingen: veel fysische parameters (zoals exacte diameter, albedo en samenstelling) blijven onzeker of zijn slechts schattingen, omdat Ferdinand te klein en te zwak is voor gedetailleerde spectroscopische of ruimtemissiegerelateerde metingen tot nu toe. Verdere waarnemingen met grote telescopen of toekomstige ruimtemissies zouden deze onbekenden kunnen ophelderen.