Een analoog of analoog signaal is elk continu signaal.
Het verschil met een digitaal signaal is dat ook zeer kleine fluctuaties in het signaal van betekenis zijn. Wanneer men over analoog spreekt, bedoelt men vaak een elektrische context, maar mechanische, pneumatische, hydraulische en andere systemen kunnen ook analoge signalen overbrengen.
Een analoog signaal maakt gebruik van een eigenschap van het medium om de informatie van het signaal over te brengen. Elke informatie kan worden overgebracht door een analoog signaal; vaak is zo'n signaal een gemeten verandering in fysische verschijnselen, zoals geluid, licht, temperatuur, positie of druk.
Bij geluidsopnamen bijvoorbeeld, slaan veranderingen in de luchtdruk (d.w.z. geluid) in op het membraan van een microfoon, waardoor een spanning of stroom in een elektrisch circuit verandert. Men zegt dat de spanning of de stroom een "analoog" is van het geluid.
Zie digitaal voor een bespreking van digitaal vs. analoog.