Licht is een vorm van elektromagnetische straling met een golflengte die door het menselijk oog kan worden waargenomen. Het is een klein deel van het elektromagnetisch spectrum en de straling die door sterren als de zon wordt afgegeven. Dieren kunnen ook licht zien. De studie van licht, bekend als optiek, is een belangrijk onderzoeksgebied in de moderne fysica. Wanneer licht een ondoorzichtig voorwerp raakt, vormt het een schaduw.

Licht is elektromagnetische straling die eigenschappen van zowel golven als deeltjes vertoont. Licht bestaat in kleine energiepakketten die fotonen worden genoemd. Elke golf heeft een golflengte of frequentie. Het menselijk oog ziet elke golflengte als een andere kleur. Regenbogen tonen het hele spectrum van zichtbaar licht. De afzonderlijke kleuren, die vanaf de buitenste randen naar binnen bewegen, worden meestal vermeld als rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. Andere kleuren zijn alleen te zien met speciale camera's of instrumenten: Golflengten onder de frequentie van rood worden infrarood genoemd, en hoger dan violet worden ultraviolet genoemd.

De andere belangrijke eigenschappen van licht zijn intensiteit, polarisatie, fase en orbitaal impulsmoment.

In de natuurkunde verwijst de term licht soms naar elektromagnetische straling van eender welke golflengte, al dan niet zichtbaar. Dit artikel gaat over zichtbaar licht. Lees het artikel over elektromagnetische straling voor het algemene begrip.

De wet van de reflectie is wat ons in staat stelt om een object te zien weerspiegeld in een spiegel.