Het Griekse schild uit de Griekse oudheid werd een hoplon of aspis genoemd. Van dit woord is de hopliet (een Griekse soldaat) afgeleid.

Een hoplon was een diep uitgesneden schild van hout. Sommige schilden hadden een dunne plaat brons op de buitenzijde. Dit werd net rond de rand geplaatst. In sommige perioden was het schild versierd. In andere perioden bleef het onversierd. Deze grote schilden waren ontworpen voor een massa hoplieten om door te stoten naar het leger van de tegenstander, en het was hun meest essentiële uitrusting. Het schild werd in de linkerhand gedragen. Het werd door de Spartanen gebruikt als aanvalswapen.

De bekendste versiering is waarschijnlijk de Spartaanse. Dit was een hoofdletter lambda (Λ). Vanaf het einde van de 5de eeuw VC gebruikten Atheense hoplieten gewoonlijk de kleine uil (Athena's heilige vogel). De schilden van Thebaanse hoplieten werden soms versierd met een sfinx, of de knots van Herakles.