Een antipaus is iemand die zich als paus presenteert of wordt gepresenteerd, maar niet algemeen erkend wordt als de legitieme bisschop van Rome door de kerkelijke overheid. De term verschijnt in de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk en in studies over pauselijke successie. In officiële publicaties zoals het Annuario Pontificio worden antipausen doorgaans niet opgenomen in de lijst van erkende pausen.

Kenmerken en gevolgen

Een antipaus ontstaat meestal in periodes van verdeeldheid: een omstreden verkiezing, strijd tussen paus en seculiere machthebbers, of tussen conciliaire en pauselijke gezagsclaims. De aanwezigheid van een antipaus leidt vaak tot een schisma binnen de christelijke gemeenschap, met rivaliserende hiërarchieën en politieke steunverleners. De precieze canonieke gevolgen zijn afhankelijk van de historische context; soms worden daden van een antipaus later gedeeltelijk erkend, soms ongeldig verklaard.

Historische ontwikkeling

De praktijk van rivaliserende pauschristenen gaat terug tot de eerste eeuwen van het christendom: voorbeelden uit de derde eeuw tonen interne conflicten in Rome en andere bisdommen. In de late middeleeuwen verergerde de kwestie tijdens het Westers Schisma (14e–15e eeuw), toen rivaliserende pauselijke zetels in Rome en Avignon elkaar opeisten. Later probeerden kerkelijke concilies dergelijke tegenclaims te beëindigen en de eenheid te herstellen.

Belangrijke voorbeelden

  • Hippolytus en Novatian (3de eeuw): vroeg voorbeeld van lokale rivaliteit.
  • Clement VII (Avignon, ca. 1378–1394) en Benedictus XIII (Pedro de Luna, Avignon): centraal tijdens het Westers Schisma.
  • Johannes XXIII (Baldassare Cossa, vroeg 15de eeuw): een bekende tegenpaus die op het Concilie van Constance moest aftreden.
  • Felix V (Amadeus VIII van Savoye, 1439–1449): vaak genoemd als de laatste algemeen erkende antipaus.

Herkenning en terminologie

Of iemand als antipaus wordt bestempeld hangt vaak af van latere beoordeling door pauselijk gezag of historici. Een retrospectieve kwalificatie betekent dat een persoon die in zijn tijd een aanzienlijke aanhang had, later door de Kerk als onjuist werd aangemerkt. Niet elke rivaliserende claim wordt even behandeld: verschillen in erkenning, terminologie en juridische beoordeling spelen mee. Voor een overzicht van erkende pausen en hun chronologie verwijzen studies en lijsten die de officiële traditie documenteren, zie ook het overzicht van pausen en lijsten in kerkelijke bronnen (lijst van pausen).

Huidige situatie en relevantie

Sinds de 15de eeuw zijn algemeen erkende antipausclaimants zeldzaam; de institutionele structuur en internationale politieke verhoudingen maakten massale rivaliteit moeilijker. Moderne gevallen van zelfbenoemde pausclaimants of groepen die zich afscheiden blijven mogelijk, maar zij missen doorgaans brede kerkelijke erkenning en worden in officiële registers niet opgenomen. Discussies over pauselijke legitimiteit, conciliarisme en de gevolgen van schisma blijven onderwerp van theologisch en historisch onderzoek (meer over conflicten, over schisma's).

De term antipaus is dus zowel een historische als een canonieke aanduiding: hij beschrijft rivaliteit om het hoogste kerkelijke ambt en wijst op de institutionele en persoonlijke spanningen die daarbij optreden. Voor het officiële standpunt en de geautoriseerde lijsten blijft het door de Kerk uitgegeven materiaal het uitgangspunt.