Pollock maakte kennis met het gebruik van vloeibare verf in 1936 tijdens een experimentele workshop in New York City van de Mexicaanse muurschilder David Alfaro Siqueiros. Later gebruikte hij het gieten van verf als een van de technieken op doeken uit het begin van de jaren veertig, zoals "Male and Female" en "Composition with Pouring I." Na zijn verhuizing naar Springs, New York, begon hij te schilderen met zijn doeken op de studiovloer gelegd, en hij ontwikkelde wat later zijn druppeltechniek werd genoemd.
Pollock beschreef het gebruik van huishoudverf, in plaats van kunstschildersverf, als "een natuurlijke groei uit een behoefte". Hij gebruikte geharde penselen, stokjes en zelfs spuitjes om verf aan te brengen. Met deze techniek kon Pollock een meer directe manier van kunst maken bereiken, de verf vloeide nu letterlijk van het door hem gekozen gereedschap op het doek. Door de conventie van het schilderen op een rechtopstaand oppervlak te tarten, voegde hij letterlijk een nieuwe dimensie toe, doordat hij zijn doeken vanuit alle richtingen kon bekijken en beschilderen.
Later maakte Pollock gebruik van verf op basis van kunsthars, alkydemulsies genaamd, wat in die tijd een nieuw medium was. In 1956 noemde Time magazine Pollock "Jack the Dripper" als gevolg van zijn unieke schilderstijl.
"Mijn schilderij komt niet van de ezel. Ik bevestig het ongespannen doek liever aan de harde muur of de vloer. Ik heb de weerstand van een harde ondergrond nodig. Op de vloer voel ik me meer op mijn gemak. Ik voel me dichterbij, meer deel van het schilderij, omdat ik er dan omheen kan lopen, vanaf de vier kanten kan werken en letterlijk in het schilderij kan zijn".
"Ik blijf steeds verder weg van de gebruikelijke schildersgereedschappen zoals ezel, palet, penselen, enz. Ik geef de voorkeur aan stokken, troffels, messen en druipende vloeibare verf of een zware impasto waaraan zand, glasscherven of andere vreemde stoffen zijn toegevoegd".
"Als ik aan het schilderen ben, ben ik me niet bewust van wat ik aan het doen ben. Het is pas na een soort 'kennismakingsperiode' dat ik zie waar ik mee bezig ben geweest. Ik heb geen angst om veranderingen aan te brengen, het beeld kapot te maken, etc., want het schilderij heeft een eigen leven. Ik probeer het door te laten komen. Alleen als ik het contact met het schilderij verlies, wordt het resultaat een rommeltje. Anders is er pure harmonie, een gemakkelijk geven en nemen, en komt het schilderij goed uit de verf".
Invloeden op zijn druiptechniek zijn onder meer de Mexicaanse muurschilders en het surrealistische automatisme. Pollock ontkende "het toeval"; hij had meestal een idee van hoe hij een bepaald werkstuk eruit wilde laten zien. Zijn techniek combineerde de beweging van zijn lichaam, waarover hij controle had, de stroperige stroom van verf, de kracht van de zwaartekracht, en de absorptie van verf in het doek. Het was een mengsel van controleerbare en oncontroleerbare factoren. Al golvend, druipend, gietend en spetterend bewoog hij zich energiek over het doek, bijna als in een dans, en hij stopte niet voordat hij zag wat hij wilde zien.