In lijf-aan-lijfgevechten, in de vechtsport en de sport, is een trap een slag met de voet, de knie of het been. Het wordt gebruikt in de strijd als een aanval. Over het algemeen zijn trappen langzamer dan stoten, maar sterker dan de slagen met de handen.
De schoppen zijn een fundamenteel onderdeel in vele krijgskunsten. De voorbeelden zijn: wushu, karate, kickboksen, tangsudo of taekwondo; terwijl andere kunsten geen enkele trap gebruiken, zoals het geval is in het judo of het boksen. Andere gevechtskunsten kunnen gebruik maken van trappen, hoewel zij deze beperken tot aanvallen op de benen en op de lagere delen van het lichaam van de tegenstander.
Er bestaat een groot aantal trappen, en veel trappen hebben typische namen voor elk van hen. Vaak heeft dezelfde beweging verschillende namen in verschillende krijgskunsten. Dit is vooral duidelijk bij vergelijkingen tussen westerse en oosterse kunsten.











