De krijgskunsten zijn vechtsystemen. Er zijn vele scholen en stijlen van krijgskunsten, maar ze hebben allemaal hetzelfde doel: zelfverdediging. Sommige, zoals taiji quan kunnen ook worden gebruikt om de gezondheid en de vorm te verbeteren als stroming van de qi.
Sommige vechtsporten zijn niet in Azië ontstaan. Zo verscheen savate in Frankrijk en kwamen de sportbewegingen van de capoeira uit Brazilië.
Veel vechtsporten omvatten stoten (boksen, karate), trappen (taekwondo, kickboksen, karate), houdingen en worpen (judo, jujutsu, worstelen), wapens (iaijutsu, kendo, kenjutsu, naginatado, schermen, Filipijnse eskrima) of een bepaalde combinatie van deze elementen (verschillende stijlen van jujutsu).
De gevechtskunsten worden in twee groepen verdeeld: de zogenaamde "harde gevechtskunsten" zoals karate en kickboksen, die vooral aandacht besteden aan de aanval om de tegenstander te verslaan, en de "zachte gevechtskunsten" zoals judo en aikido, die de tegenstander op een minder agressieve manier bevechten, waarbij de kracht van de ander wordt gebruikt om hem over te geven.
Het is moeilijk om de doeltreffendheid van de verschillende bestaande kunsten te vergelijken. Recentelijk heeft men competities ontwikkeld zoals het Ultimate Fighting Championship in de Verenigde Staten van Amerika of Pancrase in Japan. Die competities staan ook bekend als "mixed martial arts" of MMA. Maar deze competities testen de vechtstijlen slechts in beperkte situaties (vechten tegen een expert, slechts vechten tegen één tegenstander, vechten terwijl men de juiste kleding draagt - niets van dit alles zou waar zijn in andere situaties zoals zelfverdediging).
De krijgskunsten worden op deze wijze gedefinieerd: door de geschiedenis heen was voor de soldaat op het slagveld het enige wat belangrijk was, de vijand verslaan die men voor zich had. Of een stijl zacht of hard is, of hoeveel punten men met een slag wint, zijn details en onderwerpen van discussie die voorkomen in perioden van vrede, toen er nog gevechten van hand tot hand plaatsvonden.
Krijgskunst behoort tot de krijgskunst. Als het hoofddoel in een wedstrijd afhangt van het noteren van punten in iemands voordeel, dan zou men kunnen zeggen dat dit een sport is en geen krijgskunst.
De geschiedenis van de krijgskunst is lang. De ontwikkeling van de gevechtssystemen dateert van het moment dat de mens in staat was de kennis, samen met de oorlogsstrategieën, door te geven. Een deel van het oudste geschreven materiaal over dit onderwerp dateert uit de 15e eeuw in Europa en het auteurschap berust bij beroemde meesters, zoals Hans Talhoffer en George Silver. Ook transcripties van nog meer oude teksten zijn naar onze dagen gebracht, één daarvan is een met de hand geschreven document. Dat document heet I.33 en dateert van het einde van de 13e eeuw.
De beoefenaars van gevechtskunsten zijn het oneens over de kwestie van de wedstrijden. Sommige gevechtskunsten, zoals het boksen of het thaiboksen, geven aandacht aan het sparren - gevechten tijdens de training - en aan het deelnemen aan wedstrijden, maar de meest voorkomende van aikido en krav maga verwerpen de wedstrijden. De redenen die deze meningen veroorzaken zijn verschillend. Vele van de kunsten die wensen deel te nemen aan competities argumenteren dat de competities plaats geven aan betere en meer efficiënte technieken. Bepaalde stijlen die niet wensen te wedijveren beweren echter dat de regels waarmee men deze competities heeft ontwikkeld de kunst ruïneren en niet weergeven wat er in een echte situatie kan gebeuren.
De laatste jaren zijn er pogingen geweest om enkele als historisch beschouwde krijgskunsten weer tot leven te brengen. Voorbeelden van deze historische reconstructie van de krijgskunsten zijn de pankration en de school van Shaolin die geen continua traditie hebben.