Korea onder Japanse heerschappij (1910–1945): bezetting, kolonisatie en gevolgen
Diepgravend overzicht van Korea onder Japanse heerschappij (1910–1945): bezetting, kolonisatie, socio-economische en culturele gevolgen, verzet en blijvende spanningen tussen Korea en Japan.
Korea onder Japanse heerschappij is een term om aan te geven dat Korea onder Japanse controle stond. De Japanse overwinning in de Eerste Sino-Japanse Oorlog in 1895 en in de Russisch-Japanse Oorlog in 1905 maakten de weg vrij. Japan controleerde Korea gedurende 35 jaar tijdens het Japanse Imperialisme. De Japanse heerschappij over Korea duurde van 22 augustus 1910 tot 15 augustus 1945. De Japanse heersers van Korea verlieten het land op 2 september 1945. In Japan is de meer gebruikelijke term "Korea van de Japans-geregeerde periode" (日本統治時代の朝鮮, Nippon Tōchi-jidai no Chosen).
De periode wordt gewoonlijk in drie delen verdeeld. In 1910-1919 behandelden de Japanners de Koreanen zeer slecht. Van 1919 tot 1930 maakten zij een beter beleid om met het Koreaanse volk om te gaan. Later probeerden ze hen echter te dwingen Japans te worden.
Ondanks het feit dat zij bondgenoten van de Verenigde Staten zijn en belangstelling hebben voor elkaars cultuur, staan Japanners en Koreanen nog steeds wantrouwend tegenover elkaar vanwege de manier waarop Japan Korea heeft behandeld in de tijd dat het een kolonie was.
Achtergrond en annexatie
Na de overwinningen van Japan in de late 19e en vroege 20e eeuw nam Japan steeds meer invloed in Korea. In 1905 stelde Japan Korea feitelijk onder een protectoraat (de Eulsa-verdragssituatie) en op 22 augustus 1910 werd de formele annexietekst getekend waarmee het Koreaanse keizerrijk opgeheven werd en Korea een Japanse kolonie werd. De annexie werd door veel Koreanen en latere historici betwist als onrechtmatig en maakte een einde aan de soevereiniteit van het Koreaanse koninkrijk.
Bestuur en beleid: drie fasen
Het Japanse bestuur over Korea wordt vaak in drie fasen verdeeld:
- 1910–1919 (militair en repressief bestuur): het begin van de bezetting werd gekenmerkt door repressie, arrestaties van tegenstanders en harde handhaving van Japans gezag.
- 1919–circa 1930 (zogenaamde "culturele heerschappij"): na de massale onlusten van de 1 maart-beweging (1919) wijzigde Japan zijn aanpak enigszins en voerde meer bestuurstechnische en culturele maatregelen in. Er was relatief meer ruimte voor beperkte Koreaanse activiteiten, maar politieke vrijheid bleef beperkt.
- jaren 1930–1945 (assimilatietoe en oorlogsmobilisatie): met de militarisering van Japan en de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog verscherpte het beleid; er werd actief ingezet op Japanisering van taal, school en cultuur en op grootschalige mobilisatie van Koreaanse mensen en middelen voor de oorlogsinspanningen.
Economische en sociale veranderingen
Japan voerde ingrijpende economische hervormingen door, waaronder landmetingen en administratieve hervormingen die veelal de positie van kleine boeren verzwakten. Tegelijkertijd investeerde Japan in infrastructuur zoals spoorwegen, havens en industrieën, maar deze ontwikkeling diende vooral de Japanse belangen: grondstoffen en landbouwproducten werden geëxporteerd naar Japan en veel winst en controle kwam in Japanse handen.
Gevolgen voor de Koreaansche samenleving waren onder meer:
- verlies van land en daling van het aantal zelfstandige boeren;
- toename van migratie naar stedelijke gebieden en naar Japan voor werk;
- opkomst van een moderne industrie, waarvan de winst vaak ten goede kwam aan Japanse investeerders en kolonisten;
- verandering in sociale structuren en belastingen die vaak nadelig uitpakten voor gewone Koreanen.
Culturele druk en repressieve maatregelen
Tijdens de periode van Japanse heerschappij werden Koreaanse taal en cultuur in verschillende mate onderdrukt. In de jaren dertig en tijdens de oorlogsjaren werd Japans onderwijs en Shinto-aanbidding steeds meer opgedrongen. Een van de meest controversiële maatregelen was de geforceerde naamaanpassing (sōshi-kaimei), waarbij Koreanen onder sterke druk Japanse familienamen moesten aannemen. Ook werden Koreaanse scholen onder strikte controle geplaatst en werd het gebruik van de Koreaanse taal in officiële contexten beperkt.
Arbeidsmobilisatie, dwangarbeid en seksueel geweld
In de aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog mobiliseerde Japan grote aantallen Koreanen als arbeiders in Japan en in bezette gebieden. Velen gingen vrijwillig op zoek naar werk, maar er waren ook gevallen van gedwongen rekrutering en mishandeling. Daarnaast zijn de Japanse militaire dwangprostitutiepraktijken — de zogenaamde comfort women — een blijvend geschilpunt: tienduizenden vrouwen uit Korea en andere landen werden gedwongen om in militaire bordelen te werken. Het exacte aantal, de omstandigheden en de verantwoordelijkheid zijn onderwerp van historisch en politiek debat, maar het lijden van de slachtoffers is goed gedocumenteerd en blijft een centrale kwestie in de herinnering en betrekkingen tussen landen.
Verzet en de onafhankelijkheidsbeweging
Vanaf het begin van de koloniale periode bestond er Koreaanse weerstand in verschillende vormen: gewapend verzet, guerrillagroepen, politieke bewegingen en diplomatieke pogingen in het buitenland. De grootste binnenlandse massale uiting van verzet was de 1 maart-beweging van 1919, toen tienduizenden Koreanen demonstraties organiseerden voor onafhankelijkheid. Deze opstand werd hard neergeslagen; er vielen vele doden, er waren vele gewonden en duizenden arrestaties. In ballingschap richtten Koreaanse leiders de Provisorische Koreaanse Regering op in Shanghai (1919), die het symbool werd van de onafhankelijkheidsstreven.
Einde van de bezetting en nasleep
Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 eindigde formeel de koloniale heerschappij over Korea. Direct daarna viel Korea uiteen in twee bezettingszones: het noorden onder Sovjet-Invloed en het zuiden onder Amerikaanse militaire regering. Deze scheiding langs de 38e breedtegraad leidde uiteindelijk tot de oprichting van twee afzonderlijke staten in 1948: de Democratische Volksrepubliek Korea (Noord-Korea) en de Republiek Korea (Zuid-Korea). De willekeurige scheiding en de verschillende politieke ontwikkelingen leidden tot langdurige politieke spanningen en de Koreaanse Oorlog (1950–1953).
Langdurige gevolgen en geschiedschrijving
De Japanse periode heeft blijvende sporen nagelaten in Korea, zowel materieel als emotioneel. Enkele belangrijke punten:
- economische modernisering van infrastructuur en industrie, maar vaak in dienst van koloniale belangen;
- sociale veranderingen, waaronder urbanisatie en migratie;
- blijvende littekens door dwangarbeid en seksueel geweld tijdens de oorlogsjaren;
- langlopende diplomatieke en emotionele conflicten tussen Korea en Japan over erkenning, verontschuldigingen en compensatie;
- culturele herinnering en geschiedschrijving die nog steeds politiek geladen zijn en van invloed op onderwijs, media en publieke opinie.
Er zijn sinds de oorlog op verschillende momenten officiële excuses en afspraken geweest, en ook juridische stappen en compensatieclaims van overlevenden en hun families. Veel van deze kwesties blijven gevoelig en onderwerp van onderhandelingen, publieke verontwaardiging en debat.
Samenvattend
De Japanse heerschappij over Korea (1910–1945) was een periode van diepgaande verandering, die modernisering combineerde met harde koloniale controle. De ervaring van kolonisatie heeft grote impact gehad op de Koreaanse samenleving en op de verhouding tussen Korea en Japan tot vandaag. Historische gebeurtenissen zoals de annexie, de 1 maart-beweging, de culturele repressie, gedwongen arbeidsmobilisatie en het probleem van de comfort women blijven centrale elementen in het collectieve geheugen en de diplomatieke verhoudingen.
Vragen en antwoorden
V: Wat is Korea onder Japanse heerschappij?
A: Korea onder Japanse heerschappij verwijst naar de periode tussen 1910 en 1945, waarin Korea gecontroleerd werd door de Japanners.
V: Welke gebeurtenissen maakten de weg vrij voor de Japanse controle over Korea?
A: De Japanse overwinning in de Eerste Chinees-Japanse Oorlog in 1895 en in de Russisch-Japanse Oorlog in 1905 maakte de weg vrij voor de Japanse controle over Korea.
V: Hoe lang controleerde Japan Korea?
A: Japan had 35 jaar lang de controle over Korea tijdens het Japanse imperialisme, van 22 augustus 1910 tot 15 augustus 1945.
V: Wanneer verlieten de Japanse overheersers van Korea het land?
A: De Japanse overheersers van Korea verlieten het land op 2 september 1945.
V: Wat is de meest gangbare term in Japan voor Korea onder Japanse heerschappij?
A: De meer gebruikelijke term in Japan voor Korea onder Japans bewind is "Korea van de door Japan bestuurde periode" (日本統治時代の朝鮮, Nippon Tōchi-jidai no Chosen).
V: Hoe wordt de periode van de Japanse overheersing gewoonlijk ingedeeld?
A: De periode van Japanse overheersing wordt meestal in drie delen verdeeld, van 1910-1919, 1919-1930, en de latere pogingen om Koreanen te dwingen Japans te worden.
V: Hoe behandelden de Japanners de Koreanen tijdens de Japanse overheersing?
A: In 1910-1919 behandelden de Japanners de Koreanen erg slecht. Van 1919 tot 1930 voerden ze een beter beleid om met het Koreaanse volk om te gaan. Later probeerden ze hen echter te dwingen Japans te worden. Ondanks het feit dat Japanners en Koreanen bondgenoten van de Verenigde Staten zijn, hebben ze nog steeds de neiging om elkaar te wantrouwen vanwege de manier waarop Japan Korea behandelde in de tijd dat het een kolonie was.
Zoek in de encyclopedie