Manna, soms gespeld als mana, is de naam van een voedingsmiddel dat, volgens de Pentateuch van de Bijbel, de Israëlieten aten toen zij 40 jaar onderweg waren in de woestijn nadat zij Egypte hadden verlaten, en dat God hun verschafte omdat zij niets te eten hadden. Elke ochtend verzamelden zij de witte vlokken die de grond bedekten. Het zou een zoete smaak hebben. Toen ze het manna beu waren, gaf God hen kwartel (vogel).