De Mercalli-intensiteitsschaal (of preciezer de gemodificeerde Mercalli-intensiteitsschaal) is een schaal om de intensiteit van aardbevingen te meten. In tegenstelling tot de schaal van Richter houdt de Mercalli-schaal niet rechtstreeks rekening met de energie van een aardbeving. In plaats daarvan worden aardbevingen geclassificeerd naar de effecten die ze hebben (en de verwoesting die ze aanrichten). Wanneer er weinig schade is, beschrijft de schaal hoe mensen de aardbeving hebben gevoeld, of hoeveel mensen de aardbeving hebben gevoeld.

Heel vaak gebruiken niet-geologen deze schaal, omdat het voor mensen gemakkelijker is te beschrijven welke schade een aardbeving heeft aangericht, dan berekeningen uit te voeren om een waarde op de schaal van Richter te krijgen.

De waarden variëren van I - Instrumenteel tot XII - Catastrofaal.

Giuseppe Mercalli (1850-1914) ontwikkelde de schaal oorspronkelijk met tien niveaus. In 1902 breidde Adolfo Cancani de schaal uit tot twaalf niveaus. August Heinrich Sieberg herschreef de schaal volledig. Daarom wordt de schaal soms Mercalli-Cancani-Sieberg-schaal genoemd, of MCS-schaal.

Harry O. Wood en Frank Neumann vertaalden het in het Engels, en publiceerden het als Mercalli-Wood-Neumann (MWN) schaal. Charles Francis Richter gaf het ook uit. Hij ontwikkelde later ook de schaal van Richter.