In 560 v. Chr. vroeg Croesus, koning van Lydië, het orakel van Delphi en het orakel van Thebe om advies. Hij vroeg of hij oorlog moest voeren tegen de Perzen. Beide orakels gaven hetzelfde antwoord, namelijk dat als Croesus oorlog zou voeren tegen de Perzen, hij een machtig rijk zou vernietigen. Zij raadden hem ook aan de machtigste Griekse volkeren op te zoeken en met hen een verbond te sluiten.
Croesus betaalde een hoog bedrag aan de Delphianen en zond toen naar het orakel met de vraag: "Zou zijn monarchie lang standhouden?" De Pythia antwoordde:
"Als een muilezel koning van de Meden wordt, vlucht dan, en denk er niet aan om stand te houden, en schaam je niet om lafhartig te zijn."
Croesus achtte het onmogelijk dat een muilezel koning van de Meden zou zijn en geloofde dus dat hij en zijn gevolg nooit buiten de macht zouden vallen. Hij besloot daarom met enkele Griekse stadstaten gemene zaak te maken en Perzië aan te vallen.
Hij was het echter die werd verslagen, niet de Perzen. Daarmee was de profetie vervuld, maar niet zijn interpretatie ervan. Blijkbaar vergat hij dat Cyrus, de overwinnaar, half Mede (door zijn moeder), half Perzisch (door zijn vader) was en dus als een muilezel kon worden beschouwd.