Pierre Curie (15 mei 1859 in Parijs - 19 april 1906 in Parijs) was een Frans natuurkundige. Hij deelde de Nobelprijs voor natuurkunde in 1903 met zijn vrouw Marie Curie en Henri Becquerel, voor het werk aan "spontane radioactiviteit" dat Becquerel had ontdekt.
Leven en opleiding
Pierre Curie werd geboren in een intellectueel gezin in Parijs. Hij toonde al op jonge leeftijd grote belangstelling en aanleg voor natuurwetenschappen. Zijn formele opleiding volgde hij op verschillende instellingen in Parijs, maar hij was ook sterk autodidactisch ingesteld en werkte veel zelfstandig aan experimenten en meetmethoden. In zijn vroege carrière werkte hij nauw samen met zijn broer Jacques Curie, met wie hij enkele belangrijke ontdekkingen deed.
Belangrijkste wetenschappelijke bijdragen
Pierre Curie leverde bijdragen op verschillende terreinen van de natuurkunde. Belangrijke punten zijn onder andere:
- Piezo-elektriciteit (1880): samen met zijn broer Jacques ontdekte hij het piezo-elektrische effect: sommige kristallen ontwikkelen onder mechanische spanning een elektrische lading. Deze ontdekking kreeg later grote technische toepassingen (bijv. sensoren en ultrasoon apparatuur).
- Magnetisme en Curies wet: hij formuleerde de zogenaamde Curie-wet voor paramagnetisme (de magnetische susceptibiliteit is omgekeerd evenredig met de absolute temperatuur) en introduceerde het begrip Curie-temperatuur (Curiepunt), de temperatuur waarbij ferromagnetische materialen hun magnetische ordening verliezen en paramagnetisch worden.
- Metingen van radioactiviteit: samen met Marie Curie ontwikkelde hij gevoelige meetmethoden om zeer zwakke stralingsstromen te detecteren. Pierre verbeterde en gebruikte instrumenten zoals de kwarts-elektrometer om radioactiviteit kwantitatief te bepalen.
- Isolatie van nieuwe elementen (1898): in samenwerking met Marie Curie leidde zijn werk tot de ontdekking en isolatie van de nieuwe elementen polonium en radium uit pechblende. Deze ontdekkingen waren fundamenteel voor het begrip van radioactiviteit en leidden tot belangrijke vervolgonderzoeken.
Nobelprijs 1903 en samenwerking met Marie Curie
In 1903 ontvingen Pierre en Marie Curie samen met Henri Becquerel de Nobelprijs voor natuurkunde. De prijs werd toegekend voor hun gezamenlijke onderzoek naar de stralingsverschijnselen die Becquerel aanvankelijk had waargenomen. Pierre speelde een cruciale rol bij het kwantificeren van de straling en bij het ontwikkelen van experimentele technieken waarmee de nieuwe verschijnselen betrouwbaar konden worden bestudeerd. De samenwerking tussen Pierre en Marie was zowel wetenschappelijk als persoonlijk zeer productief.
Overlijden
Pierre Curie overleed op 19 april 1906 in Parijs na een ongeluk: hij werd aangereden door een paardentram en liep een dodelijke schedelverwonding op. Zijn vroege, plotselinge dood vormde een groot verlies voor de natuurkunde en voor Marie Curie persoonlijk.
Nalatenschap
De wetenschappelijke erfenis van Pierre Curie is groot en blijvend. Enkele aspecten van zijn nalatenschap:
- De termen en grootheden die zijn naam dragen, zoals de Curie-temperatuur en de Curie-wet, blijven belangrijke begrippen in de magnetismeleer.
- De eenheid curie (Ci) voor radioactiviteit is vernoemd naar Pierre en Marie Curie en eert hun bijdrage aan het radioactief onderzoek.
- Zowel theoretische inzichten als experimentele technieken die hij ontwikkelde, legden de basis voor later onderzoek in kernfysica en medische toepassingen van radioactiviteit.
- Instituten en scholen hebben zijn naam en die van Marie Curie gebruikt ter nagedachtenis aan hun werk; hun onderzoek heeft een blijvende invloed op wetenschap, geneeskunde en technologie.
Pierre Curie wordt herinnerd als een zorgvuldige experimentator met een diep begrip van fysische verschijnselen en als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de moderne natuurkunde aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw.

