Televisies met plasma display panel (PDP) zijn veel dunner dan kathodestraalbuizen en hebben meestal een hogere definitie. Slechts enkele televisies maken gebruik van een PDP.

Plasmaschermen zijn gemaakt van twee glasplaten met twee gassen tussen de platen. De gassen zijn xenon en neon en zij vullen duizenden kleine kamers, of ruimten. Achter elke ruimte bevindt zich een reeks rode, blauwe en groene fosforen die licht afgeven wanneer zij door straling worden geraakt. Wanneer elektriciteit op de plasmakamers wordt aangesloten, produceren de gekleurde fosforen de juiste kleur op uw scherm. Ze werken op een vergelijkbare manier als fluorescentielampen die voor verlichting worden gebruikt.

Plasmaschermen worden al gebruikt sinds 1964, maar toen konden slechts twee kleuren worden geproduceerd. Nu hebben we high-definition plasmaschermen die tot 150 inch groot zijn. In het begin van de 21e eeuw werden er minder plasmaschermen gemaakt omdat mensen meer vloeibaar-kristalschermen kochten.

Hoe werkt een plasmascherm?

Een plasmascherm bestaat uit een raster van kleine cellen (pixels), elk verdeeld in drie subpixels met rode, groene en blauwe fosforlagen. Tussen twee glasplaten zijn deze cellen gevuld met een mengsel van gassen (meestal neon en xenon). Wanneer een elektrische spanning over een cel wordt gezet, ioniseert het gas en ontstaat er plasma. Dat plasma zendt ultraviolette (UV) straling uit, en die UV-straling zorgt ervoor dat de fosforlagen zichtbaar licht uitzenden in de juiste kleur.

Praktisch werkt een plasma-tv met twee soorten elektrische pulsen: een adresseringspuls om te bepalen welke cellen geactiveerd moeten worden, en meerdere sustain-pulsen om het plasma te onderhouden zodat de pixel voldoende lang licht geeft. Het principe is daardoor vergelijkbaar met dat van een fluorescentielamp, maar dan per kleine ruimte op het scherm.

Voordelen en nadelen

  • Voordelen:
    • Uitstekende kijkhoeken: kleuren en contrast blijven bijna gelijk, ook vanaf zijkanten.
    • Diepe zwartwaarden: plasmaschermen konden zeer donkere tinten weergeven zonder veel lichtlekkage.
    • Goede bewegingsweergave: snelle responstijden maakten bewegende beelden (bijv. sport) vloeiend.
    • Grote schermformaten waren relatief betaalbaar vergeleken met vroege LCD-alternatieven.
  • Nadelen:
    • Hoger energieverbruik dan veel moderne LCD/LED-toestellen.
    • Relatief zwaar en warm in gebruik vanwege glasplaten en warmteontwikkeling.
    • Risico op inbranding (permanente beeldretentie) bij langdurige weergave van statische beelden.
    • Beperkte maximale schermhelderheid vergeleken met sommige moderne LCD/LED-panelen, waardoor ze minder ideaal kunnen zijn in zeer lichte kamers.

Geschiedenis en marktontwikkeling

De eerste plasmapanelen die experimenteel werden ontwikkeld dateren uit de jaren 60 (vandaar de vermelding van 1964), maar commerciële toepassingen voor kleurenschermen volgden veel later. In de jaren 90 en vroege jaren 2000 verbeterde de technologie zodanig dat fabrikanten grotere, scherpere en betrouwbaardere plasma-tv's konden produceren. Vooral fabrikanten als Panasonic, Pioneer en Samsung introduceerden concurrerende modellen en verbeterden contrast en kleurweergave (Pioneer's 'Kuro' werd beroemd om zijn uitzonderlijk diepe zwartwaarden).

Vanaf ongeveer 2006 nam de concurrentie van vloeibaar-kristalschermen (LCD) met LED-achtergrondverlichting snel toe. LCD/LED-toestellen werden in productie goedkoper, lichter en energiezuiniger. Rond het begin van de jaren 2010 trokken veel fabrikanten zich terug uit de plasma-productie; de markt voor plasma-tv's krimptte snel en in de praktijk zijn nieuwe plasmaschermen vrijwel van de markt verdwenen.

Veelvoorkomende problemen en onderhoud

  • Inbranding en beeldretentie: langdurig tonen van vaste logo's of HUD-elementen (bijv. kanalen, games) kan tijdelijke of permanente inbranding veroorzaken. Het is verstandig om statische beelden te vermijden en energiebesparende instellingen of screensavers te gebruiken.
  • Warmte en ventilatie: plasmaschermen worden warm; zorg voor voldoende ventilatieruimte rond het toestel en plaats het niet in kasten zonder luchtcirculatie.
  • Kalibratie en instellingen: om beste beeldkwaliteit te behouden, kalibreer kleur, contrast en helderheid. Fabrieksinstellingen zijn vaak ingesteld op hoge helderheid in showrooms en kunnen in de huiskamer te fel of onnatuurlijk lijken.

Plasma versus moderne schermtechnologieën

Tegenwoordig concurreren LCD/LED en OLED met de eigenschappen van plasma. OLED biedt vergelijkbare diepe zwartwaarden en brede kijkhoeken als plasma, maar met lager energieverbruik en veel dunnere panelen. LCD/LED-panelen zijn lichter, energiezuiniger en helder genoeg voor lichte kamers. Daardoor verdween plasma grotendeels uit de markt, ondanks de sterke punten op beeldkwaliteit en bewegingsweergave die veel liefhebbers waardeerden.

Wanneer was/ is plasma een goede keuze?

Plasmaschermen waren vooral populair bij kijkers die in donkere of gedimde kamers naar films keken en veel waarde hechtten aan diepe zwartwaarden en vloeiende beweging. Voor wie nog een goed onderhouden plasma-tv in gebruik heeft: ze kunnen jaren meegaan en uitstekende beeldkwaliteit blijven leveren, mits goed onderhouden en met verstandig gebruik om inbranding te voorkomen.

Samengevat: plasmaschermen waren een belangrijke stap in de evolutie van televisies — ze combineerden hoogwaardige kleur- en bewegingsweergave met grote formaten — maar de opkomst van lichtere, zuinigere en goedkoper te produceren technologieën heeft hun commerciële verspreiding teruggedrongen. Toch blijven ze een interessant hoofdstuk in de geschiedenis van beeldschermtechniek.