De neusaap, Nasalis larvatus, komt alleen voor op het eiland Borneo in Zuidoost-Azië.
Leefgebied
De neusaap leeft voornamelijk in mangrovebossen, maar ook in laaglandregenwouden en langs rivieroevers en estuaria. Vooral de mangroves en rivierranden zijn belangrijk als slaap- en rustplaatsen: groepen verzamelen zich vaak in aangrenzende bomen bij waterlichamen. Neusapen vermijden ontboste en sterk verstoorde gebieden en trekken zich terug voor menselijke nederzettingen en grootschalige landbouw.
Voeding
De soort is vooral blad- en frugivoor. Er worden ten minste 55 verschillende plantensoorten gegeten. Jonge bladeren hebben doorgaans de voorkeur boven volwassen bladeren en onrijpe vruchten worden vaak eerder opgezocht dan volledig rijpe vruchten. Naast bladeren en fruit eten neusapen ook bloemen, zaden en af en toe insecten. Het dieet wisselt met de seizoenen: fruit wordt meer gegeten van januari tot mei, terwijl van juni tot december bladeren een groter aandeel vormen.
Neusapen hebben een speciaal spijsverteringsstelsel dat hen helpt cellulose uit bladeren af te breken: hun maag is sterk gesegmenteerd en functioneert als een fermentatiekamer (zoals bij andere bladetende colobines). Daardoor kunnen ze voedzame, maar vezelrijke planten beter benutten dan veel andere apen.
Gedrag en sociale structuur
Neusapen zijn overdag actief (diurnaal) en grotendeels arboreaal: ze bewegen zich door de bomen met sprongen en quadrupedale stappen over takken, en zijn bekend als goede zwemmers die water kunnen oversteken wanneer dat nodig is. Dagelijkse activiteiten bestaan uit foerageren, rusten, reizen en waakzaam zijn. Groepen slapen meestal in bomen dicht bij rivieren als die aanwezig zijn.
De sociale organisatie bestaat vaak uit haremgroepen (één volwassen man met meerdere vrouwtjes en hun jongen) en losse jongemannen- of bachelorgroepen. Groepsgrootte varieert, maar veel populaties leven in groepen van enkele tot meer dan tien dieren; meerdere haremgroepen kunnen zich ook in elkaars nabijheid bevinden. Mannelijke neusapen verdedigen hun vrouwtjes en territorium soms luidruchtig, met karakteristieke roepgeluiden.
Uiterlijke kenmerken
Een opvallend kenmerk is de uitgesproken neus van volwassen mannetjes: een grote, naar beneden hangende neus die vermoedelijk een rol speelt bij seksuele selectie en bij het versterken van roepen. Er is duidelijke seksuele dimorfie: mannetjes zijn veel groter dan vrouwtjes. De vacht is meestal roodbruin tot geelbruin met een lichte buik en een lange staart. Jonge dieren hebben vaak een lichtere of oranjerode vacht en kleinere neusjes.
Voortplanting en levenscyclus
Neusapen paren jaarrond, maar er kunnen regionale pieken in geboorteplaatsing zijn afhankelijk van voedselbeschikbaarheid. De draagtijd bedraagt enkele maanden, waarna meestal één jong wordt geboren. Moeders verzorgen het jong; groepsleden kunnen soms ook instaan voor aanvullende zorg (alloparenting). Jongeren bereiken geleidelijk de volwassen grootte en sociale positie; mannetjes verlaten vaak hun geboortegroep om zich bij bachelorgroepen aan te sluiten.
Bedreigingen en bescherming
De neusaap staat onder druk door verlies en versnippering van habitat door houtkap, uitbreiding van palmolieplantages en kustrivierontwikkeling, en door jacht en bijvangst. Door het sterke afhankelijkheid van mangroves en laaglandbossen is de soort gevoelig voor ontbossing en kustontwikkeling.
Op internationale en nationale niveaus bestaan er beschermingsmaatregelen: populaties komen voor in verschillende beschermde gebieden op Borneo, en er lopen initiatieven voor habitatbehoud, herbeplanting van mangroves, wetgeving tegen illegale jacht en bewustwordingsprojecten. Duurzame landgebruikpraktijken, bescherming van mangrove-ecosystemen en verantwoord toerisme kunnen bijdragen aan het voortbestaan van de soort.
Praktische tips voor bezoekers
- Bezoek neusapen bij voorkeur onder begeleiding van lokale gidsen en blijf op afstand om stress voor de dieren te voorkomen.
- Steun lokale en internationale organisaties die werken aan behoud van mangroves en laaglandbossen.
- Informeer naar certificeringen voor duurzame palmolieproducten om indirect ontbossing te verminderen.