Een supergeleider is een stof die elektriciteit geleidt zonder weerstand wanneer hij kouder wordt dan een "kritische temperatuur". Bij deze temperatuur kunnen elektronen vrij door het materiaal bewegen. Supergeleiders verschillen van gewone geleiders, zoals koper. Gewone geleiders verliezen hun weerstand (worden geleidend) langzaam als ze kouder worden. Supergeleiders daarentegen verliezen hun weerstand in één keer. Dit is een voorbeeld van een faseovergang. Hoge magnetische velden vernietigen de supergeleiding en herstellen de normale geleidende toestand. Enkele voorbeelden van supergeleiders zijn de metalen kwik en lood, keramiek en organische koolstofnanobuisjes.

Normaal produceert een magneet die langs een geleider beweegt stromen in de geleider door elektromagnetische inductie. Maar een supergeleider duwt magnetische velden juist helemaal weg door oppervlaktestromen te induceren. In plaats van het magnetische veld door te laten, gedraagt de supergeleider zich als een magneet die de andere kant op wijst en de echte magneet afstoot. Dit wordt het Meissner-effect genoemd, en het kan worden aangetoond door een supergeleider boven magneten te laten zweven of omgekeerd.