Victim blaming is het verantwoordelijk stellen van het slachtoffer van een misdrijf voor dat misdrijf. Vanaf de jaren zeventig werd de term algemeen gebruikt in de Verenigde Staten. Hij werd vooral gebruikt in verband met rechtszaken wegens verkrachting, en ook bij rechtszaken met een racistische achtergrond.
In 1947 definieerde Theodor W. Adorno wat later "het slachtoffer de schuld geven" zou worden genoemd, als "een van de meest sinistere kenmerken van het fascistische karakter". Kort daarna creëerden Adorno en drie andere professoren aan de Universiteit van Californië, Berkeley hun invloedrijke en veelbesproken F-schaal (F voor fascist), gepubliceerd in The Authoritarian Personality (1950), waarin onder de fascistische kenmerken van de schaal de "minachting voor alles wat gediscrimineerd of zwak is" werd opgenomen. Een veel voorkomend voorbeeld van victim blaming is het "er om vragen" idioom, bijvoorbeeld "ze vroeg erom" dat wordt gezegd over een slachtoffer van geweld of aanranding.
Wat is slachtofferbeschuldiging precies?
Slachtofferbeschuldiging (victim blaming) houdt in dat de nadruk komt te liggen op het gedrag, uiterlijk, de keuzes of omstandigheden van het slachtoffer in plaats van op de dader of op de sociale en structurele oorzaken van het misdrijf. Het impliceert dat het slachtoffer (mede) verantwoordelijk is voor wat hem of haar is overkomen. Dit kan expliciet gebeuren (directe beschuldigingen) of subtieler, bijvoorbeeld door vragen te stellen die de schuld bij het slachtoffer leggen of door begrip op te brengen voor de dader.
Oorzaken en psychologische mechanismen
- Just-world-hypothese: veel mensen willen geloven dat de wereld rechtvaardig is en dat slechte dingen alleen gebeuren met mensen die "het verdienen". Dit leidt tot het zoeken naar redenen waarom het slachtoffer het verdiende.
- Atribuutfouten: mensen hebben de neiging om gedrag van anderen aan persoonlijke eigenschappen toe te schrijven en externe omstandigheden te onderschatten.
- Cultuur en gendernormen: bestaande mythes over seksualiteit, mannelijkheid en vrouwelijke kleding of gedrag dragen bij aan het idee dat slachtoffers zelf verantwoordelijk zijn voor hun slachtofferschap.
- Machtsverhoudingen en vooroordelen: raciale, socio-economische of andere stereotypes kunnen ervoor zorgen dat schade aan bepaalde groepen sneller wordt gebagatelliseerd of geweten aan hun 'eigenschappen'.
- Mediale framing: nieuwsberichten en sociale media kiezen soms voor sensatie of suggestieve formuleringen die het slachtoffer impliciet de schuld geven.
Praktische voorbeelden
- Een slachtoffer van verkrachting krijgt de vraag wat hij of zij had aangetrokken of hoeveel alcohol er gedronken was, met de implicatie dat kleding of dronkenschap de schuldige handeling verklaart.
- Slachtoffers van huiselijk geweld worden aangesproken op hun 'keuzes' (bijv. waarom ze niet weggingen), alsof het blijven het geweld rechtvaardigt.
- Bij etnisch gemotiveerd geweld wordt vaak de achtergrond van het slachtoffer benadrukt alsof die achtergrond het gedrag van de dader verklaart.
- Bij diefstal of armoede wordt de persoonlijke verantwoordelijkheid van het slachtoffer benadrukt, in plaats van te kijken naar structurele oorzaken zoals werkloosheid of gebrek aan sociale voorzieningen.
Gevolgen van slachtofferbeschuldiging
- Re-traumatisering: slachtoffers voelen zich onbegrepen en kunnen herhaaldelijk emotioneel letsel oplopen door twijfel, beschuldigingen of vernedering.
- Onder-rapportage: wanneer slachtoffers verwachten dat hen de schuld wordt gegeven, melden ze minder vaak misdrijven bij politie of hulpinstanties.
- Belemmering van rechtvaardigheid: onderzoeken en rechtszaken kunnen vertekend raken als aandacht verschuift van de dader naar het slachtoffer.
- Sociale uitsluiting en stigma: slachtofferbeschuldiging kan leiden tot isolatie en verlies van steun van familie, vrienden of de gemeenschap.
Hoe herken je slachtofferbeschuldiging?
- Focus op wat het slachtoffer deed in plaats van op de dader of de daad.
- Gebruik van taal die impliciet schuld toewijst (bijv. "dan had hij/zij maar niet..." of "ze vroeg erom").
- Verhelderende vragen die niet neutraal zijn maar veroordelend klinken.
- Minimaliseren van het lijden van het slachtoffer of het benadrukken van ‘provocerend’ gedrag.
Hoe reageer je als toeschouwer of professional?
- Geloof het slachtoffer: neem getuigenissen serieus en toon empathie zonder aannames.
- Stel ondersteunende, niet-veroordelende vragen: vermijd vragen die suggereren dat het slachtoffer de schuld draagt.
- Gebruik traumagerichte communicatie: zorg voor veiligheid, gegrondheid en autonomie van het slachtoffer tijdens gesprekken.
- Schakel professionele hulp in: verwijs naar slachtofferhulp, medische zorg of juridische bijstand wanneer nodig.
- Educatie en training: politie, hulpverleners, journalisten en rechters hebben baat bij training om bewustwording van victim blaming te verminderen.
Juridische en maatschappelijke context
Slachtofferbeschuldiging is geen juridische verdediging van de dader, maar kan wel invloed hebben op de manier waarop zaken worden onderzocht en berecht. In sommige landen zijn er richtlijnen voor hoe bijvoorbeeld verkrachtingszaken in de rechtszaal behandeld mogen worden, om te voorkomen dat het gedrag of de achtergrond van het slachtoffer onterecht als bewijs van schuld wordt gebruikt. Maatschappelijk debat en beleidsmaatregelen richten zich steeds vaker op het beschermen van slachtoffers tegen secondary victimisation (tweede slachtoffering) door instellingen en media.
Wat kun je doen om slachtofferbeschuldiging te voorkomen?
- Daag victim-blaminguitspraken aan in gesprekken en op sociale media.
- Ondersteun en promoot opvoeding en voorlichting over grenzen, toestemming en gelijkwaardigheid.
- Stimuleer verantwoordelijkheid van daders en structurele oplossingen (preventie, onderwijs, sociale voorzieningen).
- Ondersteun beleid en wetten die slachtoffers beter beschermen en de focus leggen op dadergedrag.
Slotopmerking
Slachtofferbeschuldiging ondermijnt niet alleen individuele herstelkansen, maar heeft ook bredere maatschappelijke gevolgen doordat misdrijven minder snel worden gemeld en daders minder verantwoordelijk worden gehouden. Door bewustwording, empathische communicatie en verandering van institutionele praktijken kan de schadelijke gewoonte om slachtoffers de schuld te geven verminderd worden.