Zhejiangopterus — tandloze pterosauriër uit China (Laat-Krijt, 3,5 m span)
Zhejiangopterus — tandloze pterosauriër uit China (Laat-Krijt), met robuuste korte vleugels en ca. 3,5 m spanwijdte; ontdek de vondsten van minstens zes volwassen exemplaren.
Zhejiangopterus is een pterosaurus die in China werd gevonden. Hij leefde in het late Krijt.
Er zijn ten minste zes exemplaren van volwassen dieren gevonden. Zhejiangopterus was een middelmatig grote pterosaurus. Zijn spanwijdte werd eerst geschat op vijf meter (16.4 voet). Latere schattingen brachten dit terug tot ongeveer 3.5 meter (11 voet).
Zijn schedel was lang, laag, perfect gewelfd, en had geen "kiel" of andere kuif die soms bij verwante soorten voorkomt. De snavel was lang, dun, scherp toegespitst en had geen tanden. De halswervels waren langgerekt. De eerste zes ruggenwervels waren met elkaar vergroeid. Dit hielp de borstkas stabiel te houden tegen de krachten die de vleugels opwekken.
Verschillende paren buikribben bleven bewaard. Zijn bovenbeen was half zo groot als zijn bovenarmbeen, en sterk en dun. De vleugels waren kort maar robuust
Ontdekking en fossielen
De fossielen van Zhejiangopterus zijn gevonden in het oosten van China. Omdat meerdere, vrij complete skeletten bewaard zijn gebleven, levert dit geslacht waardevolle informatie over de bouw en levenswijze van grotere, tandloze pterosauriërs uit het Laat-Krijt. De exemplaren omvatten voornamelijk volwassen individuen, waardoor reconstructies van proporties en verhoudingen betrouwbaarder zijn dan bij taxa die alleen van fragmentarische resten bekend zijn.
Anatomie en afmetingen
Belangrijke kenmerken:
- Lang, laag en gewelfd schedeldak zonder opvallende kuif of kiel.
- Langgerekte, tandeloze snavel (bevederde bek is niet aangetoond — geen tanden).
- Gelongate halswervels die wijzen op een relatief lange hals.
- Eerste zes ruggenwervels gefuseerd tot een notarium-achtig element; dit verstevigt de romp bij het vliegen.
- Meerdere bewaarde buikribben (gastralia), die informatie geven over de rompopbouw.
- Bovenbeen (femur) ongeveer half zo lang als het bovenarmbeen (humerus), wat typerend is voor veel pterosauriërs en invloed heeft op houding en afzet bij het starten.
- Vleugels relatief kort maar robuust, passend bij sterke, krachtige vleugelslag en mogelijk goed manoeuvreren.
Voedsel en levenswijze
Omdat Zhejiangopterus een tandeloze, lange snavel had, wordt verondersteld dat het dier een dieet had dat verschilde van tanddragende pterosauriërs. Mogelijke voedingsstrategieën zijn onder andere:
- Opjagen of grijpen van vissen langs waterkanten (piscivorie).
- Op de grond foerageren op kleine gewervelden en ongewervelden, vergelijkbaar met de hypothese voor sommige azhdarchoïde pterosauriërs.
- Gebruik van de lange hals om prooien van de grond of ondiep water te pakken zonder de romp te verplaatsen.
De bouw van de vleugels en het notarium wijst op een goed ontwikkelde vluchtcapaciteit; de korte, robuuste vleugels suggereren krachtige slagen en goede manoeuvreerbaarheid, mogelijk voor korte opstijgingen en landingen in een gevarieerde omgeving.
Systematiek en verwantschap
Zhejiangopterus wordt geplaatst binnen de groep van tandloze pterosauriërs die bekendstaan als azhdarchoïde pterosauriërs. Binnen die grote groep bestaat discussie over de exacte positie; sommige studies brengen het dicht bij de echte Azhdarchidae, andere plaatsen het in verwante families zoals Chaoyangopteridae. De combinatie van een lange, tandloze snavel, lange halswervels en een stevig notarium maakt het duidelijk verwant aan andere laat-Krijt tandloze vormen.
Leefomgeving
De afzettingen waarin de fossielen zijn gevonden wijzen op een landschap met rivieren, meren en kustgebieden in het Laat-Krijt. Zulke biotopen boden een afwisselend voedselaanbod en veel landings- en foerageerplaatsen voor pterosauriërs zoals Zhejiangopterus. Door de gevonden skeletdelen is het duidelijk dat deze pterosauriër goed aangepast was aan zowel vliegende als terrestrische activiteiten.
Wetenschappelijke betekenis
Zhejiangopterus is belangrijk omdat het, samen met andere goed bewaarde laat-Krijt pterosauriërs, inzicht geeft in de diversiteit en evolutie van tandloze pterosauriërs vlak voor het einde van het Krijt. De meerdere skeletten helpen bij het reconstrueren van anatomische variatie binnen de groep en bij het toetsen van hypotheses over gedrag en ecologie.
Hoewel veel basisinformatie bekend is, blijven er vragen over precieze systematische positie, exacte levenswijze en groeipatronen. Nieuwe vondsten en moderne technieken (zoals CT-scans en biomechanische modellen) kunnen in de toekomst meer licht werpen op deze aspecten.
Zoek in de encyclopedie