Overzicht
Het Krijt is de jongste en tevens langste periode van het Mesozoïcum en beslaat globaal de tijd van ongeveer 145 tot 66 miljoen jaar geleden. Het vormt de afsluitende periode van het Phanerozoïcum vóór het begin van het Cainozoïcum. Gedurende deze periode vonden ingrijpende veranderingen plaats in geografie, zeespiegel, klimaat en biologische samenstelling. Het Krijt wordt in de gebruikelijke stratigrafische indeling verdeeld in twee hoofddelen, het Beneden‑Krijt en het Opper‑Krijt, die samen ongeveer tachtig miljoen jaar omvatten.
Klimaat, zeeën en landschappen
Het klimaat tijdens het Krijt was gemiddeld warmer dan in de voorgaande en latere periodes, met kleine of geen permanente polaire ijskappen in veel fasen. Als gevolg daarvan lag de zeespiegel vaak veel hoger dan tegenwoordig. Grote delen van continenten, waaronder uitgestrekte delen van Noord‑Amerika, waren afgebakend door brede epicontinentale binnenzeeën, waar ondiepe, warme zeeën sedimenten afzetten. Ook delen van Groot‑Brittannië en andere kustgebieden stonden periodiek onder water, wat de verspreiding van mariene afzettingen zoals krijt bevorderde.
Ontstaan van krijt en mariene sedimentatie
De naam van de periode is ontleend aan de uitgebreide krijtafzettingen die in het Opper‑Krijt op veel plaatsen zijn gevormd. Krijt is een fijnkristallijne vorm van kalksteen die grotendeels bestaat uit microscopische kalkplaatjes van eencellige algen, de coccolieten, geproduceerd door coccolithophoriden. Wanneer deze organismen in massale aantallen afsterven en bezinken in ondiepe zeeën, accumuleren dikke pakketten calcarische sedimenten die na compactie en lithificatie krijtsteen vormen. Typische krijtformaties zijn wereldwijd zichtbaar in kliffen en steile afzettingswanden en dienen vaak als belangrijke stratigrafische markers.
Levensgemeenschappen en evolutionaire ontwikkelingen
Het Krijt zag een bloei van zowel mariene als terrestrische levensvormen. In de oceanen waren moshwervels, ammonieten en talrijke groepen vissen en reptielen prominent aanwezig. Op het land vonden belangrijke evolutionaire veranderingen plaats: bloemplanten (angiospermen) diversifieerden en verspreidden zich snel, wat grote gevolgen had voor ecosysteemstructuren, bestuiving en voedselketens. Insecten en vele moderne diergroepen begonnen zich te vestigen, terwijl dinosauriërs en andere reptielen een grote diversiteit en vaak grote lichaamsmaten bereikten. De periode leverde bovendien waardevolle fossiele afdrukken van planten, insecten en dieren op die ons begrip van evolutionaire ontwikkelingen verdiept hebben.
Einde van het Krijt: massale uitsterving
Rond 66 miljoen jaar geleden eindigde het Krijt abrupt met een wereldwijde massa‑uitsterving die vaak wordt aangeduid als de K/T‑ of K‑Pg‑gebeurtenis. In veel studies wordt deze gebeurtenis verklaard door de gecombineerde effecten van een grote meteorietinslag en intensieve vulkanische activiteit. De inslag veroorzaakte onmiddellijke en langdurige milieuverstoringen; daarnaast speelden grootschalige vulkanische uitbarstingen een rol, waaronder de erupties die de vloedbasalten op het Deccan‑plateau in het huidige India vormden. Samen beïnvloedden deze processen het klimaat, de productiviteit van mariene en terrestrische ecosystemen en de stabiliteit van voedselwebben, waardoor veel dominante groepen, vooral niet‑vliegende dinosauriërs, verdwenen.
Stratigrafie en tijdsindeling
Geologisch wordt het Krijt onderverdeeld in twee grote delen: het Beneden‑Krijt (ongeveer 145,5–100,5 miljoen jaar geleden) en het Opper‑Krijt (ongeveer 100,5–66 miljoen jaar geleden). Deze indeling helpt bij correlatie van gesteentelagen en fossielen wereldwijd. Binnen deze delen bestaan verdere indelingen in fauna‑ en flora‑gebaseerde zones en in fijnere etages die internationaal worden gehanteerd door stratigrafische commissies en voorgeschreven in de indeling van tijdperken. Het Beneden‑Krijt was een bijzonder lange periode met geleidelijke maar ingrijpende veranderingen in zowel mariene als terrestrische omgevingen; in sommige overzichten wordt de lengte ervan benadrukt binnen de context van het Phanerozoïcum.
Belang en naslag
- Uitgestrekte krijtformaties leveren belangrijke informatie over mariene bioproductiviteit en het milieu van ondiepe zeeën.
- Fossielen uit het Krijt documenteren de opkomst van angiospermen en vele moderne diergroepen, en zijn cruciaal voor de studie van evolutionaire patronen.
- De eind‑Krijt‑uitsterving is een centraal voorbeeld in onderzoek naar snelle milieuschommelingen en hun invloed op biodiversiteit; studies betreffen zowel vulkanische processen als exogene inslagen.
Voor verder lezen en gedetailleerde stratigrafische gegevens zijn gespecialiseerde literatuur en overzichtsartikelen raadzaam over het Phanerozoïcum, het Mesozoïcum, de rol van landfauna in terrestrische ecosystemen, regionale voorbeelden zoals de binnenzeeën van Noord‑Amerika en krijtafzettingen, en onderzoeken naar krijt en microfossielen zoals coccolieten en coccolithophoriden. Tevens bieden onderzoeksrapporten over vloedbasalten, de geologie van het Deccan‑plateau en de rol van vulkanisme inzicht in de complexe oorzakelijke ketens die leidden tot het einde van het Krijt.

