De Cubozoa, de dooskwallen, omvatten enkele van de gevaarlijkste kwallen van het phylum Cnidaria. Zij vormen een kleine klasse van de Cnidaria, met slechts 19 soorten. Het is hun krachtige gif dat hen opmerkelijk maakt.
Alle cubozoën hebben vier "poten" (pedalia) die aan de hoeken hangen, waaraan tentakels hangen. Zij hebben een rudimentair neuraal netwerk. De cubozoën kunnen zich door het water bewegen om actief op prooi te jagen, en hebben een zekere mate van gezichtsvermogen, aangezien zij tot 24 ogen hebben. Cubozoën hebben twee hoofdogen op elk van de vier pedalia, elk met een lens, netvlies en hoornvlies; sommige soorten hebben ook nog oogvlekken.
Dooskwallen komen voor in tropische oceaanwateren over de hele wereld. Hun gif wordt toegediend door stekende nematocysten, die zich op tentakels groeperen, elk met een half miljoen stekende cellen. De grootste soort, Chironex fleckeri, heeft al vele mensenlevens gekost. De pijn van een aanval is kwellend, en hartfalen is een gevaar. De aanval kan worden behandeld: eerst met azijn, dan de angel verwijderen en dan antigif toedienen.

