Cis mineur (C♯ mineur) is een mineurtoonsoort waarbij Cis als tonica fungeert. In notatie en harmonie hoort Cis mineur bij de familie van mineurtongangen en heeft een eigen karakter door de specifieke samenstelling van kruizen en intervallen. Voor snel begrip zie ook de algemene uitleg over een mineurtoonladder en de notie van toonsoort.
Kenmerken en toonladder
De sleutel van Cis mineur heeft vier kruizen in de toonladder: F♯, C♯, G♯ en D♯. Dit wordt in notatie vaak kort aangegeven als een toonsoort met vier kruizen. De natuurlijke mineur (aeolisch) bevat de volgende tonen:
- Cis (C♯)
- Dis (D♯)
- E (E)
- Fis (F♯)
- Gis (G♯)
- A (A)
- B (B)
- Cis (C♯)
In praktijk bestaan er ook de harmonische en melodische varianten: de harmonische mineur verhoogt de zevende trap (B wordt B♯ genoteerd), terwijl de melodische mineur bij stijgen de zesde en zevende trap verhoogt (A→A♯, B→B♯) en bij dalen terugkeert naar de natuurlijke vorm.
Relaties en bijzondere feiten
De relatieve majeur van Cis mineur is E-majeur, die dezelfde toonsafstelling (vier kruizen) deelt; de parallelle majeur is Cis-majeur, die een andere stemming en toonsoortkarakter heeft. Cis mineur wordt vaak als enharmonische tegenganger gezien van Des mineur in theorie, maar Des mineur kent een onpraktische notatie met veel molen en wordt daarom zelden gebruikt. Zie ook de notatie- en handschriftuitleg over vier kruizen.
Componisten hebben Cis mineur benut voor uiteenlopende expressies: dramatische momenten, intieme nocturnes en krachtig karakterwerk. Bekende voorbeelden uit de klassieke traditie zijn het gebruik van Cis mineur in Beethoven's beroemde pianowerk dat vaak onder een bijnaam bekend is, en in pianopreludes of etudes van latere componisten die de donkere, persoonlijke kleur van deze toonsoort opzochten. Voor een overzicht van repertoire in deze toonsoort, raadpleeg algemene bronnen over E-majeur en C♯-toonsoorten.
Gebruik en muzikale betekenis
Muzikanten en theoretici beschrijven Cis mineur vaak als melancholisch, introspectief en soms dramatisch. In orkestratie en pianomuziek kan de keuze voor deze toonsoort invloed hebben op vingerzetting en klankkleur: instrumenten met snaren of stemmen ervaren andere resonanties bij veel kruizen. Praktisch gezien kiezen componisten en arrangeurs soms voor enharmonische alternatieven om leesbaarheid te verbeteren.