Een mineurtoonladder in de muziektheorie is elke toonladder die ten minste drie trappen heeft: de tonica, de kleine terts boven de tonica, en de reine kwint boven de tonica. Samen vormen zij de kleine drieklank. Dit omvat vele toonladders en modi zoals de Dorische modus en de Phrygische modus.

Eenvoudig gezegd is een mineurtoonladder een reeks tonen met een droevig, somber karakter (overdreven als je ze hoort in combinatie met een majeurtoonladder). Een mineur toonladder begint op de zesde noot van zijn verwante majeur toonladder, en wordt opgebouwd met het volgende patroon van halve stappen en hele stappen:

i_whole_ii°_half_III_whole_iv_whole_v_half_VI_whole_VII_whole _i (volgende octaaf)


(e f#°-------- G ------a---------- b--------- C------- D ----------e----------)

Gewoonlijk bedoelt men met mineurtoonladders natuurlijk mineur, harmonisch mineur of melodisch mineur, de toonladders die in de westerse muziek het meest voorkomen.