Denton True "Cy" Young (29 maart 1867 - 4 november 1955) was een Amerikaanse honkbalspeler. Hij was werper voor vijf verschillende professionele honkbalteams van 1890 tot 1911. Tijdens zijn lange loopbaan vestigde hij talrijke werprecords die vele decennia zouden blijven staan. Toen Young zich terugtrok uit het honkbal, had hij in zijn carrière in totaal 511 wedstrijden gewonnen, de meeste in de MLB-geschiedenis — 94 meer overwinningen dan Walter Johnson, die tweede staat op die lijst. Young stond bekend om zijn duurzaamheid, precisie en het vermogen om vaak volledig uitgegooide wedstrijden af te maken.

Loopbaan en hoogtepunten

Young speelde van 1890 tot 1911 in de hoogste Amerikaanse profcompetities. Hij kwam uit voor meerdere clubs gedurende die periode; onder meer voor bekende teams als de Cleveland Spiders en de Boston Americans (de latere Boston Red Sox). In zijn carrière won Young vijfmaal 30 of meer wedstrijden in één seizoen en had hij tien seizoenen met 20 of meer overwinningen. Daarnaast gooide hij drie no-hitters, waaronder de eerste perfecte wedstrijd van de 'moderne tijd' van het honkbal — een prestatie die zijn status als legende verder versterkte.

Records en cijfers

Naast zijn totaal van 511 overwinningen staan er nog meer indrukwekkende statistieken op zijn naam. Hij bezat tijdens en na zijn carrière diverse MLB-records, waaronder de meeste carrièrestappen (7.355) (dit cijfer wordt vaak aangeduid als innings gepitched), de meeste carrièrewedstrijden begonnen (815) en de meeste complete wedstrijden (749). Young ging ook met pensioen met 316 verliezen, het hoogste aantal in de geschiedenis van MLB; slechts één andere werper (Pud Galvin) heeft meer dan 300 carrièreverliezen. Bovendien noteerde hij 76 carrière-uitschakelingen, de vierde meeste ooit.

Stijl en werpmethoden

Young was niet per se een werper met de hoogste snelheid, maar hij compenseerde dat met nauwkeurigheid, variatie en een uitstekend gevoel voor het tempo van de wedstrijd. Hij kon tegenstanders uitputten door veel pitches te gooien en was technisch sterk in het plaatsen van zijn ballen. Zijn vermogen om vaak komplette wedstrijden te gooien maakte hem bijzonder waardevol in een tijd waarin reliefpitching veel minder gebruikelijk was dan vandaag.

Erkenning en nalatenschap

Young werd opgenomen in de Baseball Hall of Fame in 1939. In 1956 stelde de MLB de Cy Young Award in, vernoemd naar hem; deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan de werper die als beste wordt beschouwd. Oorspronkelijk (vanaf 1956) ging de prijs naar de beste werper in de volledige Major League; sinds 1967 zijn er aparte prijzen voor de beste werper in elk van de twee competities (American League en National League).

Zijn reputatie bleef generaties lang voortleven: in 1999 plaatste de redactie van The Sporting News Young op de 14e plaats van hun lijst van "Baseball's 100 Greatest Players" — dat was 88 jaar na zijn laatste optreden in de Major League en 44 jaar na zijn dood. In hetzelfde jaar kozen honkbalfans hem ook voor het Major League Baseball All-Century Team, waarmee zijn status als een van de grootste werpers uit de geschiedenis bevestigd werd.

Belang voor het moderne honkbal

Naast individuele records heeft Youngs loopbaan bijgedragen aan de evolutie van de rol van de werper in het honkbal. Zijn lange staat van dienst en vele complete wedstrijden illustreren hoe het gebruik van pitchers in het begin van de 20e eeuw verschilde van het hedendaagse beheer van werpers. De naar hem vernoemde prijs — de Cy Young Award — houdt zijn naam levend en linkt zijn prestaties direct aan de waardering voor pitcherkunst in elke generatie.