De tweezaadlobbigen, ook wel dicototen genoemd, waren een van de twee groepen van de bloeiende planten of angiospermen. De naam verwijst naar een van de kenmerken van de groep, namelijk dat het zaad twee embryonale bladeren of zaadlobben heeft. Er zijn ongeveer 200.000 soorten in deze groep. De andere groep bloeiende planten werd monocotyledonen of eenzaadlobbigen genoemd, met één zaadlob. Historisch gezien vormden deze twee groepen de twee divisies van de bloeiende planten.
Vanaf de jaren negentig heeft de moleculaire fylogenie aangetoond wat botanici al vermoedden: dicotyledonen vormen geen monofyletische groep. Het zijn een aantal lijnen, zoals de magnoliiden. Groepen die nu bekend staan als basale angiospermen divergeerden eerder dan de monocoten. De traditionele dicotten zijn een parafyletische groep. De grootste clade van de dicotyledonen staan bekend als de eudicoten. Zij zijn beslist monofyletisch. Zij onderscheiden zich van alle andere bloeiende planten door de structuur van hun stuifmeel. Andere tweezaadlobbigen en eenzaadlobbigen hebben een ouder type stuifmeel, terwijl eudicotten afgeleid stuifmeel hebben.

