Disney's Negen Oude Mannen waren een groep animatoren die een bepalende rol speelden in de geschiedenis van Disney. Zij stonden aan de wieg van veel klassieke Disney-films, van Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen tot De Vos en de Hond. De bijnaam "Nine Old Men" gaf Walt Disney als een kwinkslag; hij haalde het overgenomen beeld van Franklin D. Roosevelt aan, die de negen rechters van de US Supreme Court ooit als "nine old men" aanduidde. Hoewel de mannen relatief jong waren toen ze begonnen, weerspiegelde de naam hun positie als de hoekstenen van het animatieatelier.
De Negen Oude Mannen waren:
- Les Clark (17 november 1907 - 12 september 1979). Clark trad in 1927 in dienst bij Disney en was bekend als een van de belangrijkste Mickey Mouse-animators — hij werkte vanaf de begintijd samen met Ub Iwerks aan dat personage. Les animerde talloze scènes tot en met Lady And The Tramp. Later legde hij zich meer toe op regie en maakte hij veel korte films en featurettes binnen de studio.
- Ollie Johnston (31 oktober 1912 - 14 april 2008). Johnston kwam in 1935 bij Disney en werkte mee aan onder meer Sneeuwwitje. Samen met Frank Thomas schreef hij het invloedrijke boek The Illusion of Life, dat de principes van animatie vastlegde. Johnston animerde herkenbare personages zoals de heer Smee (in Peter Pan), de boze stiefzussen (in Assepoester) en vele andere charmante figuren. Hij schreef ook samen met Thomas over Disney-schurken in The Disney Villain.
- Frank Thomas (5 september 1912 - 8 september 2004). Thomas trad in 1934 bij Disney in dienst en werd een van de vooraanstaande dramatische animators van de studio. Hij was co-auteur van The Illusion of Life en creëerde of animerde onder andere de boze stiefmoeder (in Assepoester), de Hartenkoningin (in Alice In Wonderland) en Captain Hook (in Peter Pan).
- Wolfgang "Woolie" Reitherman (26 juni 1909 - 22 mei 1985). Reitherman trad in 1935 in dienst als animator en ontwikkelde zich tot regisseur. Na het overlijden van Walt Disney nam hij een leidende rol op zich bij de regie van vele lange animatiefilms van de studio en bleef actief tot aan zijn pensioen. Bekende voorbeelden uit zijn repertoire zijn de krokodil (in Peter Pan) en de draakachtige wezens in oudere producties.
- John Lounsbery (9 maart 1911 - 13 februari 1976). Lounsbery begon in 1935 en werd door collega's vaak "Louns" genoemd. Hij stond bekend om zijn sterke tekentalent, gevoel voor timing en het vermogen om levendige, geloofwaardige bewegingen te tekenen. Hij animerde een groot aantal personages, van dieren tot komische bijfiguren, en werkte later ook als regisseur voor korte en lange projecten.
- Eric Larson (3 september 1905 - 25 oktober 1988). Larson trad toe in 1933 en was een uitstekende specialist in het animeren van dieren en karaktergestuurde bewegingen — denk aan personages als Peg (in Lady And The Tramp), de gieren (in The Jungle Book) en scènes in Peter Pan. Vanwege zijn talent voor het opleiden van jong talent kreeg hij in de jaren zeventig de taak nieuwe talenten binnen Disney te selecteren en te trainen; veel latere topanimators zijn door hem beïnvloed of opgeleid.
- Ward Kimball (4 maart 1914 - 8 juli 2002). Kimball kwam in 1934 bij Disney en viel op door zijn losse, vaak rauwere en meer experimentele stijl. Hij animerde onder andere Lucifer, Jaq en Gus (in Cinderella) en de Mad Hatter en Cheshire Cat (in Alice in Wonderland). Zijn stijl was expressief en soms provoceerde hij buiten de klassieke Disneyesthetiek — dat maakte hem juist zo waardevol voor de studio.
- Milt Kahl (22 maart 1909 - 19 april 1987). Kahl begon in 1934 te werken en wordt vaak genoemd als een van de grootste tekenaars van de groep — bekend om zijn strakke lijnwerk en ontwerpvaardigheid. Hij animerde en ontwierp vele memorabele schurken en figuren zoals Shere Khan (in The Jungle Book), Edgar de butler (in The Aristocats), de Sheriff of Nottingham (in Robin Hood) en Madame Medusa (in The Rescuers).
- Marc Davis (30 maart 1913 - 12 januari 2000). Davis begon in 1935 en werkte onder andere aan de dieren in Bambi en aan personages als Thumper. Hij creëerde ook iconische slechteriken zoals Maleficent (in Doornroosje) en Cruella DeVil (in Honderd en Eén Dalmatiër). Buiten de film leverde hij belangrijke ontwerpbijdragen aan attracties voor Pirates of the Caribbean en de Haunted Mansion in Disneyland.
De periode van de Negen Oude Mannen beslaat grofweg de jaren dertig tot de jaren zeventig. Ze waren niet alleen uitvoerende animators, maar ook mentoren, regisseurs en ontwerpers die de stijlen en technieken van Disney bepaalden. Het boek The Illusion of Life (door Frank Thomas en Ollie Johnston) legde vele fundamentele animatieprincipes vast en werkt nog altijd als standaardtekst voor animators wereldwijd.
Tegen de tijd dat Robin Hood werd uitgebracht, waren nog vier van de Negen Oude Mannen actief als animatoren bij Disney: Milt Kahl, John Lounsbery, Frank Thomas en Ollie Johnston. Eric Larson en Wolfgang Reitherman bleven wel bij Disney werkzaam, maar in andere rollen. Lounsbery overleed in 1976; Kahl ging dat jaar met pensioen en overleed later in 1987. Thomas en Johnston gingen in 1978 met pensioen; beiden verschenen later nog in cameo-optredens in de door Brad Bird geregisseerde films The Iron Giant (Warner Bros., 1999) en The Incredibles (Pixar, 2004). Frank Thomas overleed in 2004; Ollie Johnston was de laatste van de negen en stierf op 14 april 2008.
Erfenis: de invloed van de Negen Oude Mannen is nog steeds zichtbaar. Ze bepaalden stilistisch en technisch vele decennia van animatie, ontwikkelden personage- en bewegingsprincipes die nog steeds worden onderwezen, en trainden generaties nieuw talent. Hun werk leeft voort in de films zelf, in opleidingsboeken en in attracties waar zij aan meewerkten. Voor studenten van animatie en liefhebbers van film blijven hun bijdragen onmisbaar voor het begrip van klassieke animatiekunst.