Er is sprake van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap als een embryo zich buiten de baarmoeder implanteert (ergens aan blijft kleven). Bij een normale zwangerschap implanteert (hecht) het embryo zich in de wand van de baarmoeder. De baarmoeder is de enige plaats in het lichaam waar een embryo kan uitgroeien tot een foetus.
De meeste buitenbaarmoederlijke zwangerschappen ontstaan in een eileider (een van de twee buisjes die de eierstokken met de baarmoeder verbinden). Om deze reden worden buitenbaarmoederlijke zwangerschappen ook wel eileiderzwangerschappen genoemd. In zeldzame gevallen kan een buitenbaarmoederlijke zwangerschap zich in een eierstok of in de baarmoederhals voordoen.
Buitenbaarmoederlijke zwangerschappen kunnen geen normale zwangerschappen worden en zullen niet uitmonden in een baby. Zij kunnen ook ernstige gezondheidsproblemen bij de moeder veroorzaken.

