Een laser is een machine die een versterkte, enkelkleurige lichtbron maakt. Het gebruikt speciale gassen of kristallen om het licht met slechts één kleur te maken. De gassen worden onder stroom gezet om ze licht te laten uitstralen. Vervolgens worden spiegels gebruikt om het licht te versterken (sterker te maken). In veel lasers gaat al het licht in één richting, zodat het als een smalle bundel van gecollimeerd licht blijft, die niet breder of zwakker wordt, zoals de meeste lichtbronnen doen.

Wanneer deze smalle lichtbundel op iets wordt gericht, vormt hij een enkel lichtpunt. De energie van het licht blijft in die ene smalle bundel in plaats van zich te verspreiden zoals bij een zaklamp.

Het woord "laser" is een acroniem voor "lichtversterking door gestimuleerde emissie van straling". Zowel het apparaat als de naam werden ontwikkeld op basis van de vroegere Maser.