Erinaceidae is een familie in de zoogdierorde Eulipotyphla. Zij omvat de bekende egels van Eurazië en Afrika en de maanratten van Zuidoost-Azië. Deze familie behoorde ooit tot de orde Insectivora, maar die orde wordt niet meer gebruikt.
Algemene beschrijving
De familie Erinaceidae bestaat uit twee duidelijk verschillende groepen: de stekelige egels (subfamilie Erinaceinae) en de stekelarme maanratten of gymnures (subfamilie Galericinae, ook wel gymnuren genoemd). Egels zijn beroemd om hun stugge haren die zijn omgevormd tot stekels waarmee ze zich kunnen oprollen tot een beschermende bal. Maanratten lijken meer op grote, naakte muizen of kleine marters; ze hebben een lang gezicht, een beweeglijke neus en geen of weinig stekels.
Uiterlijke kenmerken
Egels hebben een gedrongen bouw, korte poten en een korte staart; hun rug en zijkanten zijn bedekt met stekels die dienen als verdedigingsmiddel tegen predatoren. Veel soorten kunnen zich volledig oprollen, waarbij ze de zachte buik afschermen. Maanratten missen deze stekels en hebben een meer behaarde vacht, een langere snuit en een relatief lange staart. Beide groepen hebben een typisch insectivoor gebit met scherpe kiezen en kiezen die geschikt zijn om insecten en andere ongewervelden te verteren.
Gedrag en ecologie
De meeste leden van de Erinaceidae zijn nachtdieren en terrestrisch. Hun dieet is doorgaans opportunistisch: veel soorten eten voornamelijk insecten, regenwormen en andere ongewervelden, maar ook kleine gewervelden, eieren, vruchtmateriaal en afval kunnen deel uitmaken van hun voedsel. Sommige temperate egels houden een winterslaap of een periode van torpor wanneer voedsel schaars is. Maanratten leven vaak in vochtige bosrijke gebieden en zijn minder goed aangepast aan koude omstandigheden.
Voortplanting
Erinaceidae-soorten hebben meestal één of meerdere worpen per jaar. De draagtijd is relatief kort in vergelijking met veel andere zoogdieren; pasgeboren jongen worden vaak blind en hulpeloos geboren en worden enige weken door de moeder verzorgd totdat ze de nestplaats verlaten. De reproductiedetails (zoals worpgrootte en draagtijd) variëren per soort en leefgebied.
Verspreiding en leefgebied
Egels komen voor in Europa, delen van Azië en Afrika, in een grote verscheidenheid aan leefgebieden: van tuinen en graslanden tot bossen en heide. Maanratten (gymnuren) komen vooral voor in Zuidoost-Azië en bewonen voornamelijk bossen en dicht struikgewas in warme, vochtige streken.
Relatie met mensen en bescherming
Sommige egels, zoals de Europese egel (Erinaceus europaeus), zijn algemeen bekend en komen vaak in tuinen voor. In stedelijke en landbouwgebieden lopen egels risico door verkeer, verlies van habitat, pesticidegebruik en het verlies van ondergrondse overwinteringsplaatsen. In delen van Europa en andere regio's zijn populaties afgenomen. Maanratten zijn vaak minder zichtbaar voor mensen en kunnen bedreigd worden door ontbossing en habitatfragmentatie. Diverse soorten staan op nationale en internationale beschermingslijsten en er bestaan lokale initiatieven om egels te helpen door het creëren van tuinkruiproutes, veilige overwinteringsplaatsen en bewustwordingscampagnes.
Fossiele geschiedenis en systematiek
Fossiele resten van erinaceïden tonen aan dat deze groep al lange tijd bestaat en in het verleden een bredere verspreiding had. Moderne classificatie plaatst de familie binnen de orde Eulipotyphla, samen met o.a. spitsmuizen en mollen. Door moleculaire en morfologische studies is het begrip van de verwantschappen binnen deze groep verbeterd en is het vroegere, brede taxon Insectivora grotendeels verlaten.
Kortom: de Erinaceidae vormen een ecologisch diverse familie van kleine tot middelgrote zoogdieren met karakteristieke verschillen tussen de stekelige egels en de stekelarme maanratten. Hun rol als insecteneter en als onderdeel van veel ecosystemen maakt ze ecologisch belangrijk, terwijl verscheidene soorten ook culturele en populaire betekenis hebben.