Van verdamping is sprake wanneer een vloeistof overgaat in een gas zonder dat er bellen worden gevormd in het vloeibare volume. Als er bellen worden gevormd, spreken we in plaats daarvan van "koken".

Bijvoorbeeld, water dat in een kom wordt achtergelaten zal langzaam verdwijnen. Het water verdampt tot waterdamp, de gasfase van water. De waterdamp vermengt zich met de lucht.

Het tegenovergestelde van verdamping is condensatie.

Wanneer de moleculen in een vloeistof worden verwarmd, gaan ze sneller bewegen. Daardoor raken ze vol energie en botsen de deeltjes tegen elkaar, en uiteindelijk komen ze zo ver uit elkaar te liggen dat ze een gas worden.