Odin kwam achter een profetie dat de kinderen van Loki en Angora de goden problemen zouden bezorgen. Hij liet Fenrir bij hem brengen, samen met zijn broer Jörmungandr en zijn zus Hel.
Nadat hij Jörmungandr in zee had gegooid en Hel naar het land van de doden had gestuurd, liet Odin de wolf grootbrengen onder de Æsir. Alleen de god Týr was dapper genoeg om het groeiende monster te voeden. De wolf werd steeds sterker. De goden waren bang dat hij hen uiteindelijk zou vernietigen. Ze probeerden hem vast te ketenen. Hij stemde er twee keer mee in om geketend te worden. Beide keren brak hij met gemak de kettingen.
Odin liet de dwergen de ketting Gleipnir ("bedrieger" of "verstrikker") maken. Hij zag eruit als een zijden lint, maar was gemaakt van zes magische ingrediënten: het geluid van de stap van een kat, de baard van een vrouw, de wortels van een berg, de gevoeligheid van een beer, de adem van een vis en het speeksel van een vogel.
De goden daagden Fenrir uit om ook deze ketting te breken. De wolf zag hoe dun en goed gemaakt Gleipnir was en dacht dat het een list was. Hij stemde ermee in om te proberen de ketting te breken, maar alleen als een van de goden zijn hand in de bek van de wolf zou steken. Hij geloofde dat dit hen zou dwingen hem te bevrijden als hij de ketting niet kon breken. Alleen Týr was bereid zijn hand in de bek van de wolf te steken. Fenrir probeerde de ketting te breken. Hoe meer hij probeerde, hoe strakker de ketting hem vasthield. Toen de goden hem niet wilden bevrijden, beet de wolf Týr's hand af bij de pols.
Er wordt gezegd dat bij Ragnarök de wolf zal losbreken. Hij zal zich verenigen met de vijanden van de goden en vervolgens Odin opeten. Daarna zal Viðarr, Odins zoon, de wolf doden om de dood van zijn vader te wreken.