Een gerundium is een werkwoord dat als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt.
In het Engels wordt de gerund gevormd door het toevoegen van -ing aan een werkwoordstam. Qua vorm is het identiek aan het huidige deelwoord (present participle, dat ook eindigt op -ing), maar qua functie kan het optreden als onderdeel van een zinsnede die zich als geheel gedraagt als een zelfstandig naamwoord. Binnen die zinsnede kan het werkwoordelijke karakter behouden blijven: het kan bijvoorbeeld een bijwoord toelaten of een voorwerp hebben. Bijvoorbeeld: Het eten van deze taart is eenvoudig.
In de zin "Eten van deze taart is gemakkelijk" wordt "het eten van deze taart", hoewel traditioneel vaak een uitdrukking genoemd, in de moderne taalkunde aangeduid als een niet-finitieve clausule. "Eten" is het werkwoord binnen die clausule, terwijl "deze taart" het object van dat werkwoord is. De gehele constructie fungeert echter als een zelfstandig naamwoord in de grotere zin; het onderwerp van de hoofdzin is dus de niet-finitieve clausule, in het bijzonder het eten.
Verschil tussen gerund en present participle
Hoewel gerund en present participle identiek lijken qua vorm, verschillen ze in functie:
- Gerund: werkt als zelfstandig naamwoord of als naamwoordelijke zinsnede. Voorbeelden: Swimming is fun. / I enjoy swimming.
- Present participle: werkt als deel van een werkwoordelijke constructie of als bijvoeglijke bepaling. Voorbeelden: The girl running down the street is my sister. / I saw him running.
Voorbeelden van het gerund
- Ik hou van zwemmen. (direct object)
- Zwemmen is leuk. (onderwerp)
- I don't like being interrupted. (gerund in passieve betekenis)
- She is good at singing. (gerund na voorzetsel)
- I look forward to meeting you. (na phrasal-preposition)
Niet elk -ing-woord is een gerund
Niet alle zelfstandige naamwoorden die qua vorm identiek zijn aan het huidige deelwoord zijn gerunds. Het formele onderscheid is dat een gerundium een werkwoord is — een zelfstandig naamwoord dat is afgeleid van een werkwoord met behoud van werkwooneigenschappen en dat tegelijkertijd als zelfstandig naamwoord en als werkwoord kan fungeren. Andere zelfstandige naamwoorden in de -ing-vorm zijn gewone zelfstandige naamwoorden (bijvoorbeeld building als gebouw) en missen die werkwooneigenschappen.
Vormingsregels en spelling
- Algemeen: voeg -ing toe aan de stam: work → working.
- Werkwoorden die eindigen op een stille -e: laat de e weg: make → making, write → writing.
- Bij korte klinker + medeklinker (klemtoon op laatste lettergreep): dubbel de eindmedeklinker: run → running, sit → sitting, prefer → preferring.
- Bij werkwoorden die eindigen op -ie: verander -ie in -y: die → dying, lie → lying.
- Bij sommige woorden eindigend op -c wordt een -k toegevoegd: picnic → picnicking.
Gebruik en plaatsen waar gerund voorkomt
- Onderwerp van de zin: Swimming is good exercise.
- Direct object van veel werkwoorden: She enjoys reading. (enjoy, avoid, consider, suggest, mind, finish, practise, admit, deny, etc.)
- Na voorzetsels: They left without saying goodbye.
- Na bepaalde vaste uitdrukkingen en phrasal verbs: look forward to, be used to, get used to, can't help → I can't help laughing.
- Na een bezittelijk voornaamwoord (possessive): traditioneel: I appreciated his helping me. Beide vormen komen voor: I appreciated him helping me.; formeel is de bezitsvorm gebruikelijk als men de handeling benadrukt.
- Perfect gerund: geeft aan dat iets voltooid is vóór een ander moment: Having finished the work, she left.
- Passief gerund: Being asked that question was awkward. of I don't like being interrupted.
Werkwoorden die gerund of to-infinitief volgen
Sommige werkwoorden volgen typisch het gerund, andere het to-infinitief, en een paar kunnen beide hebben met (soms) verandering in betekenis.
- Meestal + gerund: enjoy, avoid, consider, mind, suggest, recommend, finish, practise, admit, deny.
- Meestal + to-infinitief: decide, hope, want, plan, agree, refuse, learn.
- Beide mogelijk (betekenisverschil):
- stop + gerund: eindigen met een gewoonte (I stopped smoking = I no longer smoke).
- stop + to-infinitive: pauzeren om iets anders te doen (I stopped to smoke = I stopped what I was doing in order to smoke).
- remember/forget + gerund verwijst naar herinnering aan iets in het verleden (I remember meeting her), terwijl remember/forget + to-infinitive meestal over verplichtingen gaat (Remember to lock the door).
- try + gerund betekent iets uitproberen als experiment (Try restarting your computer), terwijl try + to-infinitive vaak een poging aanduidt (I tried to lift the box).
Praktische tips voor Nederlandstaligen
- Let op werkwoorden en uitdrukkingen die specifiek het gerund vragen (bv. enjoy, suggest, be used to, look forward to, avoid).
- Oefen het verschil tussen gerund en present participle door zinnen te vergelijken waarin de -ing-vorm onderwerp is versus waar het een bijvoeglijke of adverbiale rol speelt.
- Wees voorzichtig met spelling bij het toevoegen van -ing (zie hierboven).
Samengevat: het Engelse gerund is een flexibele vorm die met dezelfde -ing-vorm zowel naamwoordelijke als werkwoordelijke eigenschappen kan combineren. Het correct herkennen van gerunds en het onderscheiden van present participles en zelfstandige -ing-namenwoorden is belangrijk voor nauwkeurige Engelse zinnen en stijl.