De grote rhea, Rhea americana, is een grote, niet-vliegende loopvogel uit Zuid-Amerika. In het Engels heet de soort "greater rhea"; in het Spaans en in lokale talen wordt ze vaak "ñandú" of "nandu" genoemd. De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Carl Linnaeus in 1758 en komt van nature voor in delen van Argentinië, Bolivia, Brazilië, Paraguay en Uruguay.

De wetenschappelijke naam van de soort verwijst naar mythologie en geografie: de geslachtsnaam Rhea ontleent zich aan de Griekse godin Rhea, terwijl de soortaanduiding americana naar "Amerika" in het Latijn verwijst.

Uiterlijk en afmetingen

Rhea's zijn grote vogels met lange poten en een lange nek. Volwassen grote rheas bereiken doorgaans een hoogte van ongeveer 0,9 tot 1,4 m en hebben een lichaamslengte in die orde; de spanwijdte van de vleugels bedraagt ongeveer 1,5 m. Het gewicht varieert gewoonlijk tussen ±15 en 27 kg, afhankelijk van leeftijd, geslacht en populatie. De verenkleedkleur is overwegend grijsachtig, met lichte variatie tussen ondersoorten en individuen. Mannetjes en vrouwtjes lijken op elkaar, maar mannetjes zijn vaak groter en donkerder.

Leefgebied en verspreiding

De grote rhea bewijst zich het beste in open landschappen: uitgestrekte graslanden (zoals de pampas), savannes, landbouwgebieden en lichte bosranden. De soort heeft een voorkeur voor vlak of licht golvend terrein met voldoende voedsel en dekking voor kuikens. Binnen haar verspreidingsgebied komt de soort verspreid voor; in sommige gebieden is ze zeldzamer geworden door verlies van geschikt habitat en intensivering van de landbouw.

Gedrag en voeding

Rheas zijn sociale vogels die in kleine groepen of losse paren leven, afhankelijk van seizoen en voedselomstandigheden. Ze kunnen snel rennen om roofdieren te ontlopen; snelheden van tientallen kilometers per uur zijn mogelijk. De soort is omnivoor: het dieet bestaat uit grassen, bladeren, zaden, vruchten, insecten en af en toe kleine gewervelden. Rheas foerageren zowel overdag als in de vroege ochtend en late namiddag.

Voortplanting

De voortplantingswijze van de grote rhea is opmerkelijk: het is meestal polygyn-mannelijk verzorgend. Een mannetje verzamelt een territorium en bouwt een ondiep nest in het gras. Meerdere vrouwtjes kunnen hun eieren in hetzelfde nest leggen; het mannetje broedt vervolgens de eieren uit en verzorgt de kuikens. Een legsel kan daardoor tientallen eieren bevatten (aangelegd door verschillende vrouwtjes). De broedtijd bedraagt ongeveer vijf weken, waarna de kuikens precociaal zijn: ze volgen de vader al snel buiten het nest en kunnen meteen korte afstanden meeforageren.

Relatie met mensen en bescherming

Mensen hebben rheas lokaal bejaagd voor voedsel en veren en sommige populaties hebben terrein verloren door landbouwexpansie en versnippering. In sommige landen worden rheas ook gehouden op boerderijen voor vlees en veren of als ontsnapte/domestieke vogels buiten het oorspronkelijke verspreidingsgebied. Volgens internationale beoordeling staat Rhea americana onder druk in delen van haar verspreidingsgebied en wordt er aandacht besteed aan behoudsmaatregelen en beheer van populaties. Lokale beschermingsmaatregelen, habitatherstel en wetgeving tegen overbejaging kunnen helpen om de soort op lange termijn te behouden.

Kort samengevat: de grote rhea is een iconische, grote loopvogel van de Zuid-Amerikaanse open landschappen, bekend om zijn lange poten, sociale gedrag en de bijzondere rol van het mannetje bij de verzorging van het nest en de kuikens.