De Spiegelzaal in het paleis van Versailles, Frankrijk (Frans: Grande Galerie of Galerie des Glaces) werd gebouwd op wat ooit een terras was, ontworpen door Le Vau. Mansart en Le Brun ontwierpen en bouwden de zaal tussen 1678 en 1684. De zaal is versierd met marmer. De kapitelen van de "Franse orde" stellen een haan, Apollo en fleur-de-lys voor. De muren en kroonlijsten zijn versierd met vergulde bronzen trofeeën van Coysevox, Tubi, Le Gros, Clérion en Flamen. De nissen bevatten afbeeldingen van Bacchus, Urania, Bescheidenheid, Venus in Bescheidenheid en antiek uit de collecties van koning Lodewijk XIV.

Het plafond stelt de oorlog met Nederland (1672-1678) voor. De medaillons en trompe l'œil-schilderijen verbeelden de Devolutieoorlog (1667-1668). Ook de administratieve hervormingen in de beginjaren van Lodewijk XIV zijn er op afgebeeld. Twee van de vier albasten tafels komen uit de collecties van de duc d'Antin. De vazen en bustes komen uit de koninklijke collecties. De kroonluchters en kandelaars uit 1770 werden in 1980 gereconstrueerd naar aanleiding van de originelen en documenten in het archief.

In de loop van de 17de eeuw werd de Spiegelzaal door Lodewijk XIV gebruikt toen hij van zijn privé-appartement naar de kapel liep. In die tijd kwamen hovelingen bijeen om de koning en de leden van de koninklijke familie te zien passeren. In 1745 was de zaal het toneel van "Het Taxusbomenbal". Het was bij deze gebeurtenis dat Lodewijk XV Madame de Pompadour ontmoette. In de 19de eeuw werd de Pruisische koning, Willem I, op 18 januari 1871 in de Spiegelzaal door Bismarck en de zegevierende Duitse vorsten en heren tot Duitse keizer uitgeroepen. De Franse premier Clemenceau koos de Spiegelzaal om het Verdrag van Versailles te ondertekenen dat op 28 juni 1919 een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog. De Spiegelzaal dient nog steeds voor staatsaangelegenheden zoals recepties voor bezoekende staatshoofden.