Zie ook:Calvijncyclus
Definitie en kort overzicht
In de fotosynthese zijn de lichtreacties (licht-afhankelijke reacties) de eerste fase. Zij gebruiken lichtenergie van de zon om chemische energie te vormen en om water te splitsen (de fotolyse). Door deze processen ontstaan zuurstof, protonen en elektronen. De elektronen bewegen vervolgens door een elektronentransportketen in de membranen van de chloroplasten. De energie die daarbij vrij komt wordt gebruikt om door chemiosmose ATP te vormen; daarnaast wordt NADPH gemaakt, dat nodig is voor de daaropvolgende lichtonafhankelijke reacties (de Calvijncyclus).
Waar in de cel gebeurt het?
De lichtreacties vinden plaats in de thylakoïde-membranen van de chloroplast, met name in de grana (gestapelde thylakoïden). Deze membranen bevatten de fotosystemen, elektronendragers en het ATP-synthasecomplex dat de protonengradiënt benut.
Belangrijkste stappen (vereenvoudigd)
- Opvangen van licht: Chlorofyl en andere pigmenten in fotosysteem II (PSII) en fotosysteem I (PSI) absorberen fotonen.
- Fotolyse van water: In PSII wordt water gesplitst; dit levert elektronen, protonen (H+) en zuurstof als bijproduct.
- Elektronentransportketen: Elektronen stromen via draagermoleculen zoals plastoquinon, het cytochroom b6f-complex en plastocyanine naar PSI. Daarbij wordt energie vrijgemaakt en protonen in het thylakoïde-lumen gepompt.
- ATP-vorming (fotofosforylering): De protonengradiënt (verschil in H+ concentratie) drijft ATP-synthase aan; door chemiosmose wordt ATP gevormd.
- Vorming van NADPH: In PSI worden elektronen opnieuw aangeslagen door licht en uiteindelijk overgedragen op NADP+ door het enzym ferredoxin–NADP+ reductase, waardoor NADPH ontstaat.
Fotolyse van water en zuurstofproductie
De fotolyse vindt plaats in het oxygen-evolving complex van PSII. Per twee watermoleculen die gesplitst worden ontstaan vier elektronen, vier protonen en één molecule O₂. De vrijgekomen zuurstof diffundeert uit de plant als afvalproduct en is van groot belang voor de atmosfeer en bijna alle aerobe levensvormen.
Lineaire en cyclische elektronentransporten
Er zijn twee hoofdroutes voor elektrisch transport:
- Lineaire (niet-cyclische) elektronentransport: Elektronen stromen van water via PSII → cytochroom b6f → PSI → NADP+, wat leidt tot productie van zowel ATP als NADPH.
- Cyclisch elektronentransport rond PSI: Elektronen keren terug van PSI naar het cytochroom b6f-complex en dragen zo extra bij aan de protonengradiënt. Dit levert extra ATP maar geen NADPH of O₂; planten gebruiken deze route als er meer ATP nodig is dan NADPH.
Rol van ATP en NADPH
De gevormde ATP en NADPH leveren de chemische energie en gereduceerde elektronen voor de lichtonafhankelijke reacties (de Calvijncyclus), waarin CO₂ wordt vastgelegd en omgezet in suikers en andere organische verbindingen. De exacte verhouding van ATP:NADPH die uit de lichtreacties komt kan variëren; soms is extra ATPproductie via cyclisch elektronentransport nodig.
Ecologische en biologische betekenis
De lichtreacties zijn essentieel: ze zetten zonne-energie om in bruikbare chemische energie en produceren de zuurstof die de atmosfeer verrijkt. Daardoor vormen ze de basis van vrijwel alle voedselketens en beïnvloeden ze de chemische samenstelling van de aarde.

