Atahuallpa of Atawallpa (ca. 1502 - 1533) was de 13e en laatste soevereine keizer van het Tahuantinsuyo, of Inca-rijk. Hij werd keizer nadat hij zijn jongere halfbroer Huáscar had verslagen in een burgeroorlog die volgde op de dood van hun vader, Inca Huayna Capac, aan een besmettelijke ziekte (misschien malaria of pokken). Tijdens de burgeroorlog kwam de Spanjaard Francisco Pizarro, die Atahuallpa gevangen nam en hem gebruikte om het Inca-rijk te controleren. Uiteindelijk werd Atahuallpa door de Spanjaarden terechtgesteld. Zo eindigde het Inca Rijk (hoewel verschillende zwakke marionetten hem opvolgden).

Achtergrond en opkomst

Het Tahuantinsuyo was een uitgestrekt rijk verdeeld in vier delen, bestuurd vanuit het centrum in Cuzco. Atahuallpa stamde uit de koninklijke familie en had zijn machtsbasis in het noorden, rond Quito. Nadat hun vader Huayna Capac en een mogelijke erfgenaam door een epidemie waren overleden, brak er een machtsstrijd uit tussen Atahuallpa, die steun had in het noorden, en Huáscar, die zich op Cuzco kon beroepen. De interne strijd verzwakte het rijk politiek en militair en verstoorde de administratieve samenhang.

De burgeroorlog

De burgeroorlog verliep fel en beslissend voor Atahuallpa: hij bracht Huáscar gevangen na gevechten die de infrastructuur en communicatie van het rijk verder beschadigden. Hoewel Atahuallpa formeel als overwinnaar uit de strijd kwam, had de oorlog veel troepen uitgeput en de bestuurlijke eenheid van het Incarijk ernstig ondermijnd. Die verzwakking maakte het rijk kwetsbaar voor buitenlandse inmenging op het moment dat Spaanse expedities aan de westkust verschenen.

Ontmoeting met de Spanjaarden en gevangenneming

In november 1532 ontmoette Atahuallpa een kleine Spaanse expeditie onder leiding van Francisco Pizarro bij Cajamarca. De Spanjaarden lokten hem in een hinderlaag en namen hem gevangen, ondanks dat hij een groot leger in reserve had. De verovering bij Cajamarca was mogelijk dankzij het element van verrassing, vuurwapens, paarden en het gebrek aan gezamenlijke militaire coördinatie bij de Inca's door de recente burgeroorlog en ziekte-epidemieën.

Losgeld, berechting en executie

Atahuallpa bood een enorme losprijs om zijn vrijheid te verkrijgen: hij beloofde een kamer tot de rand gevuld met goud en twee kamers met zilver, wat ook grotendeels werd nagekomen. Desondanks besloten de Spaanse leiders hem niet vrij te laten. De Spanjaarden hielden een proces waarin Atahuallpa werd beschuldigd van onder meer heidense praktijken en moord (op Huáscar). Hij werd gedoopt en kreeg de Spaanse naam Francisco, maar kort daarna, op 26 juli 1533, werd hij ter dood gebracht — volgens bronnen door wurging met een garrote of verwante manier van terechtstelling nadat een aanvankelijke veroordeling tot brandstapel werd omgezet omdat men de doopvonnis niet wilde verbranden.

Gevolgen en nalatenschap

De executie van Atahuallpa markeerde het begin van het einde van het onafhankelijke Incarijk als samenhangende centrale macht. De Spanjaarden installeerden korte tijd marionettenkeizers (zoals Túpac Huallpa) en later ook Manco Inca Yupanqui, die aanvankelijk meewerkte maar later in opstand kwam tegen de Spaanse overheersing. De val van Atahuallpa maakte de Spaanse verovering van Cuzco en het resterende rijk veel makkelijker.

Historisch gezien staat Atahuallpa tegenwoordig zowel symbool voor de tragische ineenstorting van een groot inheems rijk door ziekte, interne strijd en koloniale agressie, als voor de complexiteit van Inca-politiek in de jaren direct voorafgaand aan de Europese verovering.