Neurotransmitters: definitie, werking en voorbeelden in het brein
Leer wat neurotransmitters zijn, hoe ze in het brein werken en voorbeelden zoals dopamine, GABA en glutamaat — heldere uitleg over functies, werking en invloed op gedrag.
Neurotransmitters zijn chemische boodschappers die informatie doorgeven tussen zenuwcellen (neuronen). Ze worden afgegeven in de synaps, de kleine ruimte tussen twee neuronen, omdat elektrische signalen die binnen een neuron ontstaan de synaptische kloof niet direct kunnen oversteken. Het neuron zet het elektrische signaal om in een chemisch signaal door neurotransmitters vrij te geven; zodra die het volgende neuron bereiken, binden ze aan receptoren en kunnen ze het chemische signaal weer omzetten in een nieuw elektrisch signaal, een actiepotentiaal, dat langs het volgende neuron verdergaat.
Hoe neurotransmitters werken
Wanneer een actiepotentiaal het einde van het axon (presynaptische terminal) bereikt, zorgen spanningsafhankelijke calciumkanalen voor een instroom van Ca2+. Deze calciumstroom veroorzaakt dat kleine blaasjes, de synaptische blaasjes, samensmelten met het celmembraan van het neuron en de opgeslagen neurotransmitters door exocytose vrijlaten in de synaptische spleet. De neurotransmitters diffunderen vervolgens naar het postsynaptische membraan en binden aan specifieke receptoren.
Er bestaan twee hoofdtypen receptoren:
- Ionotrope receptoren (ligand-gated ionkanalen): deze openen direct een kanaal voor ionen en veroorzaken een snelle verandering in membraanpotentiaal (exciterend of remmend).
- Metabotrope receptoren (G-eiwitgekoppelde receptoren): deze activeren indirect signaalroutes binnen de cel, wat langzamere maar langduriger modulatie van celactiviteit veroorzaakt.
Synthese, opslag en afbraak
Veel neurotransmitters worden gemaakt uit aminozuren uit de voeding; sommige vereisen slechts een paar enzymatische stappen. Nadat ze zijn gesynthetiseerd, worden ze opgeslagen in synaptische blaasjes totdat ze door een actiepotentiaal worden vrijgegeven. Na vrijgave eindigen signalen op verschillende manieren:
- Heropname (reuptake) in het presynaptische neuron via specifieke transporters.
- Enzymatische afbraak, bijvoorbeeld acetylcholinesterase voor acetylcholine of monoamine-oxidase (MAO) voor sommige monoaminen.
- Diffusie uit de synaptische spleet naar omringende weefsels.
Daarnaast bestaan er presynaptische autoreceptoren die de vrijgave van neurotransmitters reguleren en zo feedbackloops mogelijk maken.
Belangrijke neurotransmitters en hun functies
Wetenschappers hebben meer dan 100 verschillende chemische boodschappers geïdentificeerd; ze vervullen uiteenlopende rollen in gedrag, stemming, beweging en autonome functies. Enkele veelgenoemde voorbeelden:
- Glutamaat: de belangrijkste exciterende neurotransmitter in het menselijke brein, actief op veel synapsen en essentieel voor leren en geheugen (LTP).
- GABA: het belangrijkste remmende signaal in de hersenen; het balanceert glutamerge activiteit en voorkomt overexcitatatie (bijvoorbeeld epilepsie).
- Dopamine: betrokken bij beloning, motivatie, motoriek en regulatie van stemming; afwijkingen spelen een rol bij aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson en sommige vormen van schizofrenie (dopamine).
- Noradrenaline / Norepinefrine: belangrijk voor alertheid, aandacht en de "vecht- of vlucht"-reactie; beïnvloedt ook stemming en stressreacties.
- Serotonine: betrokken bij stemming, slaap, eetlust en pijnverwerking; veel antidepressiva richten zich op serotoninesystemen.
- Acetylcholine: speelt een sleutelrol bij neuromusculaire overdracht, aandacht en geheugen.
- Glycine: een remmende neurotransmitter in het ruggenmerg.
Regulatie, plasticiteit en medicijnen
Neurotransmitters zijn niet alleen signalen maar ook sleutels in synaptische plasticiteit — processen zoals langetermijnpotentiëring (LTP) en langetermijndepressie (LTD) die leren en geheugen mogelijk maken. Verstoring van de balans tussen exciterende en remmende neurotransmissie kan leiden tot ziekten of gedragsveranderingen.
Veel geneesmiddelen en drugs grijpen in op deze systemen:
- SSRI's (selectieve serotonineheropnameremmers) remmen heropname van serotonine en worden gebruikt bij depressie.
- Benzodiazepines versterken GABAergische remming en worden gebruikt als anxiolytica en slaapmiddelen.
- Antipsychotica blokkeren vaak dopamine D2-receptoren om psychotische symptomen te verminderen.
- Drugs van misbruik (bijv. cocaïne, amfetaminen) verhogen dopamine in beloningsroutes, wat verslavend kan werken.
Samenvatting en klinische relevantie
Neurotransmitters zijn essentiële chemische boodschappers die elektrische signalen tussen neuronen overbrengen via de synaps. Ze worden gesynthetiseerd, opgeslagen in blaasjes, vrijgegeven bij depolarisatie en vervolgens gebonden, heropgenomen of afgebroken. Het samenspel van verschillende neurotransmitters en receptorsoorten bepaalt gedrag, waarneming, beweging en stemming. Onevenwichtigheden of dysregulatie in deze systemen liggen ten grondslag aan veel neurologische en psychiatrische aandoeningen, en vormen daarom belangrijke doelen voor behandeling en onderzoek.

Een synapse-knooppunt (termen zijn in het Frans)
Ontdekking
Tot het begin van de 20e eeuw namen wetenschappers aan dat het grootste deel van de synaptische communicatie in de hersenen elektrisch was. Echter, door de zorgvuldige histologische onderzoeken van Ramón y Cajal (1852-1934) werd een 20 tot 40 nm kloof tussen de neuronen, vandaag de dag bekend als de synaptische spleet, ontdekt. De aanwezigheid van de kloof suggereerde dat chemische boodschappers zich over de synaptische spleet bewogen. In 1921 bevestigde de Duitse farmacoloog Otto Loewi (1873-1961) dat neuronen kunnen communiceren door chemische stoffen vrij te geven. Door experimenten met de nervus vagus van kikkers, was Loewi in staat om de hartslag van kikkers te vertragen door het controleren van de hoeveelheid zoutoplossing die aanwezig is rond de nervus vagus.Loewi beweerde dat de sympathieke regulering van de hartfunctie kan worden bemiddeld door middel van veranderingen in de chemische concentraties. Otto Loewi ontdekte ook acetylcholine (ACh) - de eerste bekende neurotransmitter. Sommige neuronen communiceren echter wel via elektrische synapsen door het gebruik van gap junctions, waardoor specifieke ionen direct van de ene cel naar de andere kunnen gaan.
Zoek in de encyclopedie