Australopithecus anamensis is een soort Australopithecus die dateert van ongeveer 4,2–3,9 miljoen jaar geleden. Het eerste gefossiliseerde exemplaar van de soort, hoewel het destijds niet als zodanig werd herkend, was een enkel armbeen dat in 1965 door een onderzoeksteam van de Universiteit van Harvard werd gevonden in de Plioceen-lagen in de regio van het East Lake Turkana. Het exemplaar werd destijds voorzichtig toegewezen aan Australopithecus en was ongeveer vier miljoen jaar oud. Er werd weinig aanvullende informatie ontdekt tot 1987, toen de Canadese archeoloog Allan Morton (met de Koobi Fora Field School van Harvard University) fragmenten ontdekte van een exemplaar dat uit een gedeeltelijk geërodeerde heuvel ten oosten van Allia Bay, in de buurt van Lake Turkana, Kenia, stak.

Zes jaar later hebben de in Londen geboren Keniaanse paleoantropoloog Meave Leakey en de archeoloog Alan Walker de site van Allia Bay opgegraven en verschillende extra fragmenten van de hominide blootgelegd, waaronder een compleet onderkaakbeen dat sterk lijkt op dat van een gewone chimpansee (Pan troglodytes) maar waarvan de tanden veel meer lijken op die van een mens. In 1995 hebben Meave Leakey en haar medewerkers, rekening houdend met de verschillen tussen Australopithecus afarensis en de nieuwe vondsten, ze toegewezen aan een nieuwe soort, A. anamensis, die zijn naam ontleent aan het Turkana woord anam, wat "meer" betekent.

Uiterlijke kenmerken en anatomie

A. anamensis vertoont een mengsel van primitieve (apachtige) en afgeleide (mensachtige) kenmerken. Belangrijke eigenschappen zijn onder meer:

  • tanden met relatief dikke glazuurlaag en grote kiezen, wat wijst op een dieet met hardere of meer vezelige voedingsmiddelen;
  • een onderkaak en tandenrij die in sommige opzichten meer op die van apen lijken (bijvoorbeeld robuuste onderkaak), maar met tanden die al in de richting van menselijke kenmerken evolueren;
  • postcraniaal bewijs zoals delen van het scheenbeen (tibia) en andere ledematen die aanwijzingen geven voor rechtop lopen op twee benen — een duidelijke aanwijzing voor bipedalisme, zelfs als sommige bovenste ledemaatkenmerken nog geschikt waren voor klimmen.

Leefomgeving en ouderdom

De fossielen van A. anamensis zijn gevonden in rivier- en lacustriene afzettingen rond het huidige Lake Turkana en in aangrenzende gebieden. Sedimentologische en geochronologische studies (stratigrafie en radiometrische datering van vulkanische aslagen) plaatsen de soort in het vroege Plioceen, ongeveer 4,2–3,9 miljoen jaar geleden. De leefomgeving wordt gereconstrueerd als een mozaïek van open gebieden met bomen en struikgewas langs rivieroevers en meren — een habitat waar zowel voedselbronnen op de grond als in bomen benut konden worden.

Belang en plaats in de menselijke evolutie

A. anamensis is belangrijk omdat het aantoont dat bipedaliteit al aanwezig was bij relatief vroege hominiden, voordat grote toename van hersenvolume en verdere menselijke tandverkleining plaatsvonden. Veel onderzoekers zien A. anamensis als een mogelijke voorouder of directe voorganger van Australopithecus afarensis (de soort waartoe bijvoorbeeld het beroemde 'Lucy'-materiaal behoort). Deze opvolging illustreert het principe van 'mosaic evolution' — verschillende kenmerken (lopen, gebit, schedel) evolueren in verschillende tempo's en op verschillende tijdstippen.

Vindplaatsen en belangrijk onderzoek

Belangrijke vindplaatsen bevinden zich rond Allia Bay en andere locaties aan de oostelijke oever van Lake Turkana. Het werk van Meave Leakey en medewerkers in de jaren 1990 en later leverde meerdere belangrijke fragmenten op, waaronder onderkaken en delen van de ledematen. Sindsdien hebben vervolgonderzoeken het beeld verfijnd met aanvullende vondsten en gedetailleerde vergelijkingen met andere vroeg-plioceen hominiden.

Samenvattend

Australopithecus anamensis is een vroege hominide die rond 4 miljoen jaar geleden leefde en die een cruciale rol speelt in ons begrip van de vroegste stappen naar het moderne menselijke lichaam en gedrag. De combinatie van bipedale aanpassingen met nog aanwezige klimgedragingen en apenachtige gezichtstrekken illustreert hoe gecompliceerd en gefaseerd de menselijke evolutionaire geschiedenis is.