De schijngestalten van de maan zijn de verschillende manieren waarop de maan er vanaf de aarde ongeveer een maand lang uitziet.

Als de Maan rond de Aarde draait, wordt de helft van de Maan die naar de Zon gericht is, verlicht. De verschillende vormen van het verlichte deel van de Maan dat vanaf de Aarde kan worden gezien staan bekend als maanfasen. Elke fase herhaalt zich elke 29,5 dag.

Dezelfde helft van de maan staat altijd in de richting van de aarde, vanwege de getijdenwerking. Dus de fasen zullen altijd over dezelfde helft van het oppervlak van de maan plaatsvinden.

Een fase is een hoek van de maan ten opzichte van de aarde, zodat ze er elke dag anders uitziet.

Wat veroorzaakt de maanfasen?

De maan zelf zendt geen licht uit; we zien de Maan omdat zonlicht op het maanoppervlak weerkaatst. Omdat de Maan om de Aarde draait, verandert de verhouding tussen de delen van de maan die door de Zon worden verlicht en de delen die wij vanaf de Aarde kunnen zien. Die veranderende verhouding zien wij als de verschillende maanfasen. Technisch wordt de fase bepaald door de elongatie: de hoek tussen Zon en Maan zoals gezien vanaf de Aarde.

Belangrijke termen

  • Synodische maand: de tijd tussen twee gelijke fasen (bijv. nieuwe maan naar nieuwe maan). Dit is ongeveer 29,53 dagen.
  • Sidereale maand: de tijd die de Maan nodig heeft om één volledige omwenteling ten opzichte van de sterren te maken — ongeveer 27,3 dagen. Het verschil ontstaat doordat de Aarde zelf ook rond de Zon beweegt.
  • Tidal locking (getijdewerking): hierdoor draait de Maan éénmaal om haar as in dezelfde tijd als waarmee zij rond de Aarde draait, waardoor steeds dezelfde kant naar ons gericht blijft.

De belangrijkste maanfasen (in volgorde)

  • Nieuwe maan (New Moon, dag 0): De kant van de Maan die naar de Zon gericht is, is vanaf de Aarde niet zichtbaar. De Maan staat ongeveer in dezelfde richting als de Zon.
  • Wassende sikkel (Waxing crescent): Een steeds groter wordend dun sikkeltje aan de westelijke hemel na zonsondergang.
  • Eerste kwartier (First quarter, ~7,4 dagen): De rechterhelft (in noordelijk halfrond gezichtspunt) van de maan is verlicht; de Maan staat ongeveer 90° van de Zon.
  • Wassende gibboes (Waxing gibbous): Meer dan de helft van de schijf is verlicht, richting volle maan.
  • Volle maan (Full Moon, ~14,8 dagen): De gehele vanaf de Aarde zichtbare schijf is verlicht; Maan en Zon staan aan tegenovergestelde zijden van de hemel.
  • Afnemende gibboes (Waning gibbous): Na volle maan neemt het verlichte gedeelte geleidelijk af.
  • Laatst kwartier (Last/Third quarter, ~22,1 dagen): We zien weer ongeveer de helft verlicht, maar de andere kant dan bij het eerste kwartier.
  • Afnemende sikkel (Waning crescent): Een dun, afnemend sikkeltje voorafgaand aan de volgende nieuwe maan.

Tijdlijn en cijfers

De synodische maand van ~29,53 dagen kan in vier kwartperiodes van ongeveer 7,38 dagen worden verdeeld (nieuwe → eerste kwart → volle → laatste kwart → nieuwe). De genoemde dagwaarden zijn gemiddelden; door elliptische banen en andere verstoringen kunnen tijden en exacte gezichtsvormen per cyclus iets verschillen.

Speciale verschijnselen gerelateerd aan fases

  • Zon- en maansverduisteringen: Een zonsverduistering kan alleen bij nieuwe maan optreden als de Maan precies tussen Aarde en Zon staat en bovendien in of dicht bij de baanknoop ligt. Een maansverduistering kan alleen bij volle maan optreden wanneer de Aarde tussen Zon en Maan staat en de Maan door de schaduw van de Aarde beweegt.
  • Supermaan en micromaan: Als volle of nieuwe maan samenvalt met het perigeum (dichtste punt tot Aarde) lijkt de Maan iets groter en heet dat een 'supermaan'. Bij apogeum (verste punt) spreekt men soms van een 'micromaan'.

Praktische observatietips

  • Direct na zonsondergang is de wassende sikkel en het eerste kwartier goed zichtbaar; rond middernacht en later zie je vaak de volle maan (afhankelijk van de fase en het seizoen).
  • De details van het maanoppervlak (kraters, bergen) zijn het best zichtbaar rond de kwartieren en tijdens gibboze fasen, omdat de lage invalshoek van het zonlicht schaduwen benadrukt.
  • Je hebt geen speciale bescherming nodig om naar de Maan te kijken — in tegenstelling tot het directe kijken naar de Zon.

Culturele en praktische betekenis

De maanfasen hebben door de geschiedenis heen invloed gehad op landbouwkalenders, religieuze en culturele rituelen, visserij en andere praktijken. Veel kalenders en feestdagen zijn (deels) op de maancyclus gebaseerd.

Kort samengevat

Maanfasen ontstaan doordat we vanaf de Aarde verschillende gedeelten van de verlichte helft van de Maan zien als gevolg van haar baan rond de Aarde. De volledige cyclus — de synodische maand — duurt gemiddeld 29,53 dagen. De bekendste fasen zijn nieuwe maan, eerste kwartier, volle maan en laatste kwartier, met tussenvormen als sikkels en gibbozen. Door getijdewerking staat steeds dezelfde kant van de Maan naar ons gericht.