Van actief transport is sprake wanneer moleculen zich over een celmembraan verplaatsen van een lagere concentratie naar een hogere concentratie. Hiervoor is energie nodig, vaak uit adenosinetrifosfaat (ATP). Actief transport wordt gedaan zodat cellen krijgen wat ze nodig hebben, zoals ionen, glucose en aminozuren.
In het algemeen bewegen moleculen zich van een gebied met een hogere concentratie naar een gebied met een lagere concentratie. Om moleculen tegen de concentratiegradiënt in de cel in te krijgen, moet arbeid worden verricht. Dit werk wordt verricht in speciale eiwitten die als poorten in het celmembraan fungeren. De importen moeten door de poorten komen: ze kunnen niet door de bilipide laag van het celmembraan.

