De Bab-el-Mandeb, wat in het Arabisch "Tranenpoort" betekent, is een zeestraat tussen Jemen op het Arabische schiereiland, Djibouti en Eritrea, ten noorden van Somalië, in de Hoorn van Afrika, en verbindt de Rode Zee met het Guardafui-kanaal en de Golf van Aden. Het wordt in de Engelse taal ook wel de Mandab Straat genoemd.
De zeestraat dankt zijn naam aan de gevaren van het reizen erop. Of, volgens een Arabische legende, aan de aantallen die verdronken zijn door de aardbeving die Azië en Afrika van elkaar scheidde.
Bab el-Mandab acts is een belangrijke schakel tussen de Indische Oceaan en de Middellandse Zee, via de Rode Zee en het Suezkanaal. In 2006 passeerde ongeveer 3,3 miljoen vaten (520.000 m3) olie per dag door de zeestraat, op een wereldtotaal van ongeveer 43 miljoen vaten per dag (6.800.000 m3/d).
De afstand overdwars is ongeveer 20 mijl (30 km) van Ras Menheli in Jemen naar Ras Siyan in Djibouti. Het eiland Perim verdeelt de zeestraat in twee kanalen. Het oostelijke kanaal, bekend als de Bab Iskender (de Straat van Alexander), is 2 mijl (3 km) breed en 16 vadem (30 m) diep. Het westelijke kanaal, of Dact-el-Mayun, heeft een breedte van ongeveer 16 mijl (25 km) en een diepte van 170 vadem (310 m). Vlakbij de kust van Djibouti ligt een groep kleinere eilanden die bekend staan als de "Seven Brothers".

