Siyyid `Alí Muḥammad (20 oktober 1819 – 9 juli 1850) was een koopman uit Shíráz, Iran, die midden in de 19e eeuw een nieuwe religieuze beweging binnen de sjiitische traditie stichtte. Nadat hij zijn missiestatus openbaarde nam hij de naam de Báb aan (Arabisch voor "Poort"). Zijn volgelingen worden Bábís genoemd; zij beschouwden hem als een nieuw goddelijk boodschapper en als de Qá'im waarop veel Shi'a hadden gehoopt.
Leven en openbaring
Siyyid `Alí Muḥammad werd geboren in 1819 in Shiraz. In 1844 verklaarde hij dat hij een bijzondere goddelijke opdracht had gekregen en dat hij de Báb was — de poort tot een nieuwe fase van goddelijke openbaring. Kort na die verklaring kreeg hij snel leerlingen en volgelingen. In korte tijd verspreidde zijn leer zich door grote delen van Iran en er ontstond een georganiseerde gemeenschap met eigen rituelen en teksten.
Schriften en leer
De Báb schreef honderden brieven, geschriften en verhandelingen. Tot zijn belangrijkste werken behoren het Perzische Bayán en het Arabische Bayán, naast vele zogenaamde "tabletten" en openbaringen die thema’s behandelen als theologie, ethiek en gemeenschapsleven. In zijn geschriften kondigde hij nieuwe religieuze wetten en rituelen aan en gaf hij aanwijzingen voor de organisatie van zijn gemeenschap. Voor zijn volgelingen vervingen die voorschriften in veel opzichten de klassieke Sharia-wet zoals die binnen de islam werd toegepast.
- Belangrijke thema’s: de komst van een nieuw religieus tijdperk, strikte morele en sociale voorschriften voor volgelingen, en de aankondiging van een nog vervolgende Manifestatie die na hem zou komen.
- Centraal begrip: de Báb presenteerde zichzelf als de "poort" naar een grotere openbaring die in de toekomst zou verschijnen.
Verspreiding en vervolging
Het bábisme groeide snel: binnen enkele jaren werden er naar schatting tienduizenden mensen door zijn leer aangetrokken. Die snelle groei en de vroege veranderingen in religieuze praktijk leidden tot sterk verzet van gevestigde religieuze autoriteiten. De sjiitische geestelijkheid en veel lokale machthebbers zagen in de beweging een bedreiging en reageerden met juridisch ingrijpen, arrestaties en grootschalige vervolgingen. Dit leidde tot bloedige confrontaties, belegeringen en massamoorden op bábí-gemeenschappen in verschillende delen van Iran.
Gevangenschap en executie
De Báb werd meerdere malen gevangengenomen en verbannen. In 1850 werd hij in Tabríz terechtgesteld door een vuurpeloton; officieel stierf hij op 9 juli 1850. Zijn dood maakte van hem een martelaar voor zijn volgelingen en versterkte tegelijk de aandacht voor zijn leer, ook buiten Iran.
Nalatenschap en relatie met de Bahá'í-gemeenschap
De Báb noemde in zijn geschriften expliciet de komst van een andere, grotere Manifestatie die "sterker en krachtiger" zou zijn. Volgelingen van de later ontstane Bahá'í-gemeenschap geloven dat de Báb naar Bahá'u'lláh verwees, de grondlegger van de Bahá'í-geloofsgemeenschap. Na de executie van de Báb bleven zijn geschriften en de herinnering aan zijn persoon centrale elementen voor zowel Bábís als Bahá'ís. De fysieke resten van de Báb werden later door volgelingen veiliggesteld en uiteindelijk in het heden herdacht in een schrijn die voor velen belangrijk is.
De Báb werd ook aangeduid met titels als "Primal Point" en "Point of the Bayán", aanduidingen die zijn unieke theologische positie binnen zijn eigen openbaring benadrukken.
Historische betekenis
Historisch is de komst van de Báb van belang omdat zij zowel religieuze vernieuwing in Iran markeerde als aanleiding gaf tot ernstige sociale en politieke onrust in de jaren 1840–1850. Zijn beweging speelde een directe rol in de context waarin later de Bahá'í-gemeenschap ontstond. Zijn geschriften worden nog steeds bestudeerd en vormen een belangrijk deel van het religieuze erfgoed van Bábís en Bahá'ís over de hele wereld.

