In de wiskunde is de stelling van Pythagoras een uitspraak over de zijden van een rechthoekige driehoek.
Een van de hoeken van een rechthoekige driehoek is altijd gelijk aan 90 graden. Deze hoek is de rechte hoek. De twee zijden naast de rechte hoek worden de benen genoemd en de andere zijde wordt de hypotenusa genoemd. De hypotenusa is de zijde tegenover de rechte hoek, en is altijd de langste zijde.
Formule en notatie
Als we de twee benen aanduiden met a en b en de hypotenusa met c, dan zegt de stelling van Pythagoras:
a2 + b2 = c2
Dit betekent dat het kwadraat (de lengte in het kwadraat) van de hypotenusa gelijk is aan de som van de kwadraten van de twee andere zijden.
Voorbeeld
- Als a = 3 en b = 4, dan is c = √(32 + 42) = √(9 + 16) = √25 = 5.
- Als c = 13 en a = 5, dan is b = √(132 − 52) = √(169 − 25) = √144 = 12.
Bewijs (kort overzicht)
Er zijn veel verschillende bewijzen van de stelling. Twee gangbare ideeën zijn:
- Geometrisch (vierkanten): Leg vier congruente rechthoekige driehoeken in een vierkant zodat tussenruimte een kleiner vierkant vormt. Door gebieden te vergelijken komt men bij a2 + b2 = c2.
- Gelijkvormigheid van driehoeken: Door hoogtelijn van de rechte hoek naar de hypotenusa te tekenen ontstaan twee kleinere driehoeken die gelijkvormig zijn met de oorspronkelijke. Verhoudingen tussen de zijden leveren de stelling op.
Converse en toepassingen
De converse van de stelling van Pythagoras is ook waar: als in een driehoek de zijden a, b, c voldoen aan a2 + b2 = c2, dan is de hoek tegenover zijde c een rechte hoek. Dit maakt de stelling een nuttig instrument om te controleren of een driehoek rechthoekig is.
Toepassingen zijn onder andere:
- Berekenen van afstanden in de bouw en techniek.
- De afstandsformule in het vlak: tussen punten (x1,y1) en (x2,y2) is √((x2−x1)2 + (y2−y1)2), een directe toepassing van Pythagoras.
- Computergraphics, navigatie en ingenieurswerk.
Pythagorese drietallen
Een Pythagorees drietal is een verzameling gehele getallen (a, b, c) die voldoen aan a2 + b2 = c2. Bekende voorbeelden zijn (3,4,5) en (5,12,13). Een algemene manier om primitieve drietallen (zonder gemeenschappelijke delers) te construeren is met gehele getallen m en n (m > n):
- a = m2 − n2
- b = 2mn
- c = m2 + n2
Algemene uitbreidingen
- Wet van de cosinus: Voor elke driehoek met zijden a, b, c en hoek γ tussen a en b geldt c2 = a2 + b2 − 2ab cos γ. Voor γ = 90° reduceert dit tot de stelling van Pythagoras.
- Hogere dimensies: In de euclidische ruimte van hogere dimensies geldt dat de afstand tussen twee punten de wortel is van de som van de kwadraten van de verschillen in coördinaten — dit generaliseert het idee van Pythagoras.
Praktische aandachtspunten
- Zorg dat alle lengtematen in dezelfde eenheid staan voordat je de formule toepast.
- Als a2 + b2 < c2 is de driehoek stomp (obtuse); als a2 + b2 > c2 is de driehoek spits (acute).
De stelling van Pythagoras is dus een van de meest fundamentele en toepasbare resultaten in de meetkunde — eenvoudig te gebruiken, met vele bewijzen en brede toepassingen in wetenschap en techniek.



